Log in
Stel dat u te maken krijgt met een puber die de hele dag thuis rondhangt en al maandenlang van school wegblijft. Mag u dan spreken van een persoonlijkheidsstoornis? Dr. Noor Tromp, klinisch wetenschappelijk onderzoeker bij Triversum, Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie en senior beleidsmedewerker bij Parlan Jeugdhulp, richt zich tot vakgenoten die hier aan twijfelen, omdat ze vinden dat pubers nog geen echte persoonlijkheid kunnen hebben; ze zijn er nog niet rijp genoeg voor. Met die vakgenoten gaat Tromp in debat.
Karel Soudijn

Toch is haar boek vooral ook geschreven voor lezers die helemaal niet zo sterk geïnteresseerd zijn in academische kwesties. Ze wil aan ouders en andere lezers duidelijk maken hoe extreem sommige pubers en adolescenten zich kunnen gedragen. Voor dat publiek schreef zij een boek dat kan leiden tot beter begrip en tot ideeën over omgangsvormen en eventuele professionele behandeling.

Het academische debat spitst zich toe op de DSM, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Die DSM adviseert om de diagnose ‘persoonlijkheidsstoornis’ niet te gauw bij jongeren te stellen. Kennelijk denken veel professionals dat het dan altijd zinloos is, maar Tromp argumenteert dat het echt wel mág. Belangrijker lijkt in dit boek echter een ander debat met hulpverleners die gebruik maken van de DSM. De DSM werkt met categorieën: een cliënt heeft een bepaalde aandoening wel of niet. Tromp wil liever dimensies gebruiken: een bepaalde problematiek kan zich meer of minder sterk voordoen. Denken