Ik ben nogal geïnteresseerd in het begrip eenheid omdat ik van mening ben dat dit begrip doorslaggevend is voor de definitie van psychologie. Volgens mij is psychologie de unieke gedragswetenschap (in de zin zoals omschreven door Duijker) van de mens opgevat als individu. Dat wil zeggen: psychologische kennis moet valide toepasbaar zijn op ieder individueel mens.
De tot nu toe veruit meest gebruikte methode van psychologisch onderzoek bestaat evenwel uit a) het trekken van een steekproef uit een homogene populatie, b) het schatten van kenmerken door te middelen over de mensen uit die steekproef, en c) deze schattingen vervolgens te generaliseren naar de populatie. Deze methode, die berust op analyse van interindividuele variatie, kan weliswaar leiden tot resultaten die valide zijn op populatieniveau, maar de zo verkregen resultaten zijn in het algemeen niet valide toepasbaar op de mensen die deel uitmaken van die populatie. Dit opvallende resultaat is gebaseerd op fundamentele wiskundige inzichten, samengevat in de ergodische theorie die ik elders heb toegelicht (Molenaar, 2004). Het betekent bijvoorbeeld dat een psychologische test valide en betrouwbaar kan zijn op populatieniveau, maar dat dit in het geheel niet hoeft te gelden voor de hiermee verkregen testscores van elk individueel mens uit die populatie.
Zoals gezegd omschrijf ik psychologie als de unieke wetenschap waarvan de resultaten valide toepasbaar zijn op de mens als individu. Dat betekent niet dat er een aparte psychologie is voor ieder individueel mens. Het streven naar algemeen geldige kennis – nomothetische kennis in neo-Kantiaanse terminologie genoemd – blijft onverminderd de norm. Maar die kennis moet wel valide toepasbaar zijn op elk menselijk individu – idiografische kennis in neo-Kantiaanse terminologie genoemd. Om tot die kennis te komen moet afgezien worden van methoden die berusten op analyse van interindividuele variatie via middeling over individuen.
Dit is mede het centrale thema van een binnenkort te verschijnen boek End of average van de Harvard-psycholoog Todd Rose. Daarentegen moet begonnen worden met analyse van intra-individuele variatie waarbij ieder individu afzonderlijk herhaaldelijk wordt gemeten en de aldus verkregen intensieve longitudinale gegevens worden onderworpen aan tijdserie-analyse. De zo verkregen kennis is zeker valide toepasbaar op de betreffende individuen. Vervolgens kan gezocht worden naar gemeenschappelijke kenmerken van de resultaten van de afzonderlijke tijdserie analyses die generaliseerbaar zijn op populatieniveau.
Zo wordt nomothetische kennis verkregen die valide toepasbaar is op idiografisch niveau, op de mens als individu.
Molenaar, P.C.M. (2004). A manifesto on psychology as idiographic science: Bringing the person back into scientific psychology, this time forever. Measurement: Interdisciplinary Research and Perspectives, 2(4), 201-218. doi:10.1207/s15366359mea0204_1.