Log in
EMDR wordt gebruikt bij de behandeling van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Zo’n dertig jaar geleden beschouwde Marcel van den Hout de methode als onzin. Maar hij is van mening veranderd: ‘Ik weet nog goed hoe op een vrijdagmiddag student-assistent Elske Salemink me de uitdraai van de statistische berekeningen liet zien. Ik was verbijsterd.’  
Marcel van den Hout, Willem van der Does

‘Eye movement desensitization and reprocessing’, EMDR, is een behandeling voor posttraumatische stressstoornis.  De kern van de behandeling is dat patiënten traumatische herinneringen ophalen en tegelijkertijd horizontale oogbewegingen maken. Daar zouden ze enorm van opknappen, beweerde eind jaren tachtig van de vorige eeuw de grondlegger van deze therapie, de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. Die claim ontmoette veel scepsis en ook mij leek het allemaal onzin. Maar ik ben van mening veranderd.

Ongelijk

Het zal midden jaren negentig zijn geweest dat ik als klinisch psycholoog voor het eerst over EMDR hoorde. We waren toen net aan de Universiteit van Maastricht de onderzoeksgroep ‘Experimentele psychopathologie’ gestart en wilden de klinische psychologie opfrissen door theorieën en hypotheses experimenteel te toetsen. Volgens de wetenschapsfilosoof Karl Popper komt vooruitgang in de wetenschap niet tot stand door verificatie van denkbeelden, maar door falsificatie – niet door aan te tonen dat je gelijk hebt, maar dat je ongelijk hebt. Daarmee krijg je

Deze forumdiscussie over EMDR en het interview met gz-psycholoog Bianca Boyer in dit nummer van De Psycholoog zijn tot stand gekomen in samenwerking met Skepter, het populairwetenschappelijke tijdschrift dat wordt uitgegeven door de Stichting Skepsis.