Samenvatting

DOES READING LITERATURE RESULT IN HIGHER EMPATHY? A REPLICATION STUDY
DIJKSTRA, P. VERKOEIJEN, I. VAN KUIJK, S. YEE CHOW, A. BAKKER & R. ZWAAN
A recently published paper in Science (Kidd & Castano, 2013) showed in fi ve experiments that reading literary fiction led to an increase in performance on tests of affective and cognitive Theory of Mind when compared with reading popular fiction, nonfiction or no reading. Although the authors only claim that this is a temporary effect, the claim itself is remarkable and warrants further examination. The current study is a replication study of one the experiments from the Science paper to examine how robust these findings are. The results of this study demonstrate that the findings of this original study do not replicate in an independent study with a similar population and the exact same materials and tasks.


337 Weergaven
0 Downloads
Log in
Kidd & Castano (2013) claimden in Science dat het lezen van literaire fictie het empatisch vermogen van de lezer verbetert. Na publicatie trok het artikel direct veel aandacht. Zo stelde The New York Times Well-blog dat sociale wetenschappers het lezen van Tjechov aanraden om betere sociale vaardigheden te ontwikkelen. Maar is het geen gewaagde stelling dat het lezen van een literair verhaal leidt tot meer empathie? Aan de Erasmus Universiteit werd het onderzoek van Kidd & Castano gerepliceerd.

Theory of mind

Hoe kan het lezen van literatuur leiden tot een groter inlevingsvermogen in het dagelijks leven? Een technische term voor inlevingsvermogen is Theory of Mind (ToM). ToM is de vaardigheid om een mentale staat, intenties, kennis en verwachtingen toe te kennen aan jezelf en anderen, en je ook in mentale gesteldheden van anderen te verplaatsen (Wellman, Cross & Watson, 2001)22. ToM omvat cognitieve en affectieve componenten (Shamay-Tsoory & Aharon-Peretz, 2007)18. Bij cognitieve ToM kunnen mensen overtuigingen en intenties van anderen interpreteren, terwijl mensen zich bij affectieve ToM een mentaal beeld kunnen vormen van emoties van anderen. Affectieve ToM is gerelateerd aan empathie. Maar anders dan empathie gaat het bij affectieve ToM om de cognitieve representatie van de emotie van een ander en niet om het opwekken van de emotie zelf (ShamayTsoory & Aharon-Peretz, 2007).

Deze twee aspecten van ToM zijn belangrijk; beide spelen een rol in zowel de persoonlijke ontwikkeling van

Literatuurlijst

  1. Acheson, D.J., Wells, J.B. & MacDonald, M.C. (2008). New and updated tests of print exposure and reading abilities in college students. Behavior Research Methods, 40, 278-289.
  2. Baron-Cohen, S., Wheelwright, S., Hill, J., Raste, Y. & Plumb, I. (2001). The “Reading the Mind in the Eyes” test revised version: A study with normal adults, and adults with Asperger syndrome or high-functioning autism. The Journal of Child Psychology and Psychiatry, 42, 241-251.
  3. Barthes, R. (1974). S/Z. New York, NY: Farrar, Straus and Giroux, Inc.
  4. Djikic, M. & Oatley, K. (2014). The art in fiction: From indirect communication to changes of the self. Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts, 8, 498-505.
  5. Francis, G. (2013). Replication, statistical consistency, and publication bias. Journal of Mathematical Psychology, 57, 153-169.
  6. Gerrig, R.J. & Rapp, D.N. (2004). Psychological processes underlying literary impact. Poetics Today, 25, 265-281.
  7. Green, M.C. & Brock, T.C. (2000). The role of transportation in the persuasiveness of public narratives. Journal of Personality and Social Psychology, 79, 701-721.
  8. Groot, A. D. de (1961). Methodologie. Grondslagen van onderzoek en denken in de gedragswetenschappen. Assen: Van Gorcum.
  9. Hoppenstand, G. (Ed.; 1998). Popular fiction: an anthology. New York, NY: Longman.
  10. Johnson, D.R. (2012). Transportation into a story increases empathy, prosocial behavior, and perceptual bias toward fearful expressions. Personality and Individual Differences, 52, 150-155.
  11. Keen, S. (2006). A theory of narrative empathy. Narrative, 14, 207-236.
  12. Kidd, D.C. & Castano, E. (2013). Reading literary fiction improves theory of mind. Science, 342, 377-380.
  13. Lakens, D., Haans, A. & Koole, S.L. (2012). Het belang van replicaties voor de psychologische wetenschap. Eén onderzoek is geen onderzoek. De Psycholoog, 2012, 10-18.
  14. Mar, R.A. (2011). The neural bases of social cognition and story comprehension. Annual Review of Psychology, 62, 103-134.
  15. Mar, R.A., Oatley, K. & Peterson, J.B. (2009). Exploring the link between fiction and empathy: Ruling out individual differences and examining outcomes. Communications, 34, 407-428.
  16. Nowicki, S. & Carton, J. (1993). The measurement of emotional intensity from facial expressions. Journal of Social Psychology, 133, 749-750.
  17. Rubin, M., Paolini, S. & Crisp, R.J. (2010). A processing fluency explanation of bias against migrants. Journal of Experimental Social Psychology, 46, 21-28.
  18. Shamay-Tsoory, S.G. & Aharon-Peretz, J. (2007). Dissociable prefrontal networks for cognitive and affective theory of mind: A lesion study. Neuropsychologia, 45, 3054- 3067.
  19. Simmons, J.P., Nelson, L.F. & Simonsohn, U. (2011). False-positive psychology: Undisclosed flexibility in data collection and analysis allows presenting anything as significant. Psychological Science, 22, 1359-1366.
  20. Villiers, J.G. de & Villiers, P.A. de (2014). The role of language in Theory of Mind development. Topics in Language Disorders, 34, 313-328.
  21. Watson, D., Clark, L. A. & Tellegen, A. (1988). Development and validation of brief measures of positive and negative affect: The PANAS scales. Journal of Personality and Social Psychology, 54, 1063-1070.
  22. Wellman, H.M., Cross, D. & Watson, J. (2001). Meta-analysis of theory-of-mind development: The truth about false belief. Child Development, 72, 655-684.