274 Weergaven
2 Downloads
Log in
Er is een onderzoeksveld in opkomst dat zich vol zelfvertrouwen aanduidt als neurowetenschap van moraliteit. Deze tak van neurowetenschap integreert bevindingen, methoden en theorieën uit diverse disciplines voor de bestudering van de neurobiologie van moreel besef en gedrag. Uitgaand van de aanname dat goed en slecht hersenfuncties zijn, presenteert deze wetenschap in wording fascinerende en tegelijk verwarrende inzichten, aldus Felix Schirmann.

Inleiding

Aanschouw de psychopaat. Roerloos ligt hij daar. Het hoofd gefixeerd. De voeten steken uit een futuristisch ogende buis. Ritmische geluidsexplosies klinken. Stimuli lichten op voor zijn ogen. Hij reageert door op een knop te drukken die hij in zijn hand houdt. Hij ligt in een neuroimaging-laboratorium. Hij is hier beland door zijn immorele gedrag. Hij is hier omdat hij een bijzonder geval is – dat zijn zijn hersenen althans…

Brian Dugan was zo’n psychopaat in een hersenscanner – en een verkrachter en moordenaar. Bij het proces tegen hem, in 2009, verklaarde neurowetenschapper Kent Kiehl dat Dugans neurale activatiepatronen leken op die van andere psychopaten. Leed Dugan aan een neurologische stoornis? En was dat een verzachtende omstandigheid? Had zijn brein hem zijn misdaden doen begaan? De getuige voor de aanklager, psychiater Jonathan Brodie, vond van niet. Hij noemde het toelaten van neuroimaging-bewijs in de rechtszaal ‘a terrible leap’ (Hughes, 2010, p. 342)9. De jury beraadslaagde tien uur lang

Literatuurlijst

  1. Arnold, J. W. Shakespeare, E. O. & McConnell, J. C. (1882). Report of the microscopical examination of the brain of Charles J. Guiteau. Medical News, 41(11), 297-299.
  2. Borck, C. (2005a). Hirnströme – Eine Kulturgeschichte der Elektroenzephalographie. Göttingen: Wallstein.
  3. Brazier, M.A.B. (1961). A history of the electrical activity of the brain. London: Pitman Medical Publishing Company.
  4. Cosack, H. (1936). Kriminogene Persönlichkeitsveränderung durch Stirnhirnschaden. Archiv für Psychiatrie und Nervenkrankheiten, 105(1), 291-303. doi:10.1007/BF01814366
  5. Finger, S. (1994). Origins of neuroscience: A history of explorations into brain function. New York, N.Y., etc.: Oxford University Press.
  6. Gazzaniga, M.S. (2005). The ethical brain. New York, N.Y.: Dana Press.
  7. Harenski, C.L. & Hamann, S. (2006). Neural correlates of regulating negative emotions related to moral violations. NeuroImage, 30(1), 313-324. doi:DOI: 10.1016/j.neuroimage.2005.09.034
  8. Hill, D. & Watterson, D. (1942). Electro-encephalographic studies of psychopathic personalities. Journal of Neurology and Psychiatry, 5(1-2), 47-65. doi:10.1136/jnnp.5.1-2.47
  9. Hughes, V. (2010). Science in court: Head case. Nature, 464(7287), 340-342. doi:10.1038/464340a
  10. Kennard, M.A. (1953). The electroencephalogram in psychological disorders; a review. Psychosomatic Medicine, 15, 95-115.
  11. Kleist, K. (1934). Gehirnpathologie. Leipzig: Barth.
  12. Knott, J.R. & Gottlieb, J.S. (1944). Electroencephalographic evaluation of psychopathic personality: Correlation with age, sex, family history and antecedent illness or injury. Archives of Neurology & Psychiatry, 52(6), 515-519. doi:10.1001/archneurpsyc. 1944.02290360087007
  13. Lennox, W.G. (1942). Electrophysiology and epilepsy. American Journal of Psychiatry, 98, 592-595.
  14. Miller, G. (2012). In mock case, biological evidence reduces sentences. Science, 337(6096), 788-788. doi:10.1126/science.337.6096.788
  15. Peiffer, J. (Ed.). (2004). Hirnforschung in Deutschland 1849 bis 1974: Briefe zur Entwicklung von Psychiatrie und Neurowissenschaften sowie zum Einfluss des politischen Umfeldes auf Wissenschaftler. Berlin Heidelberg: Springer.
  16. Preu, P.W. (1944). The concept of psychopathic personality. In J. M. Hunt (Ed.), Personality and the behavior disorders (pp. 922-937). New York: The Ronald Press Company.
  17. Schirmann, F. (2013). Invoking the brain in studying morality: A theoretical and historical perspective on the neuroscience of morality. Theory & Psychology, 23(3), 289-304. doi:10.1177/0959354313478479
  18. Silverman, D. (1943). Clinical and electroencephalographic studies on criminal psychopaths. Archives of Neurology & Psychiatry, 50(1), 18-33. doi:10.1001/archneurpsyc.1943.02290190028003
  19. Spitzka, E.C. (1883). A contribution to the question of the mental status of Guiteau and the history of his trial. Alienist and Neurologist, 4, 201-220.
  20. Verplaetse, J. (2009). Localising the moral sense: Neuroscience and the search for the cerebral seat of morality, 1800-1930. Dordrecht: Springer. von Baeyer, W. (1941). Zur Pathocharakterologie der organischen Persönlichkeitsveränderungen. Nervenarzt, 18(1), 21-28.
  21. Welt, L. (1888). Ueber Charakterveränderungen des Menschen infolge von Läsionen des Stirnhirns. Deutsches Archiv für Klinische Medicin, 42, 339-390.
  22. Young, A. (2012). The social brain and the myth of empathy. Science in Context, 25(03), 401. doi:10.1017/S0269889712000129
  23. Young, L. & Dungan, J. (2012). Where in the brain is morality? everywhere and maybe nowhere. Social Neuroscience, 7(1), 1-10.