Eén van de redenen voor de teloorgang van Trots op Nederland is dat er niet veel meer is om trots op te zijn. Natuurlijk, we zijn nog trots op onze tulpen, kaas en klompen, maar in die trots is na al die jaren toch een beetje de sleet gekomen en daar kan je geen beweging op bouwen. Op ons onderwijs, onze sociale voorzieningen, en ons poldermodel hoeven we ook al niet al te trots meer te zijn. Bij het enige trots makende product dat we in voorraad hadden, Oranje, geldt dat de trots heeft plaats moeten maken voor hoop.
Nu zijn Nederlanders sowieso niet zo’n trots volkje, dus de hele beweging was al bij voorbaat tot mislukken gedoemd, ook zonder Rita. Wij vinden trots al snel opschepperig, arrogant, hoogmoedig, opgeblazen. Trots is verkeerd, een foute emotie. Wij zijn immers niet beter dan anderen, ook al denken we dat heel soms heel even. Een beetje trotserig, dat is net toegestaan in Nederland.
In de zomervakantie had ik echter een heel echte trotservaring, want ik heb de Mont Ventoux beklommen (op de fiets). En dat na het bekijken van een documentaire over de kale berg, waarvan de boodschap was dat je of gek of overmoedig was, of dood wilde als je die berg ging beklimmen als toerist. Dus ik vertel mensen over mijn prestatie met een trotse blik in mijn ogen. En dan zie je ze kijken. Eén categorie mensen kijkt je met een volstrekt lege blik aan en vraagt of dat bijzonder is; een andere categorie mensen kijkt arrogant (want jaloers) en roept ‘iedereen fietst wel eens een berg op’ en een derde categorie mensen kijkt blij verrast en roept ‘Wow, de kale berg!’
Dat zijn de kenners, en van deze laatste categorie mensen moet je het hebben, als je je trots een beetje wil delen en erkenning voor je prestatie wil hebben.
Maar dan komen de vragen: in één keer? Vanaf welke kant? Hoeveel minuten? En dat is flauw. Dat is gewoon mij mijn trots niet gunnen. Het lijkt aardig en enthousiast, maar het is gewoon bedoeld om mij te kleineren. Nee, niet helemaal in één keer naar boven (ik weet niet eens hoe vaak ik gestopt ben); en ja, ja, vanaf Sault – de minst steile route, en nee, geen minuten, ik heb er iets langer over gedaan. Om precies te zijn 2 uur en 55 minuten, ja, en dat is netto, want het tellertje stopt als je afstapt.
Aan het einde van het gesprek heb ik dan het gevoel dat ik een rondje door de duinen heb gefietst, wat natuurlijk niet veel voorstelt. Het enige dat mij nog rest, is opscheppen over mijn zonen (14 en 18), die het wel in één keer reden, en die boven op de berg al een paar pannekoeken achter de kiezen hadden, voordat hun ouders volledig uitgeteld in het café neerzegen. Zij waren trots, zeker, ook op ons. We hadden het immers gehaald! De onoverwinnelijke berg bedwongen, de orkaan rond de top getrotseerd! Daar zijn we natuurlijk best een beetje trotserig op, maar we houden het binnenskamers.
Agneta Fischer is verbonden aan de Programmagroep Sociale Psychologie van de Universiteit van Amsterdam als hoogleraar Emotietheorie.