’Ach, heb je dat zo opgevat? Zo heb ik het niet bedoeld. Wat ik wilde zeggen …’
De reactie is tekenend voor Michiel van Elk, universitair hoofddocent en onderzoeker aan de afdeling Cognitieve Psychologie van de Universiteit Leiden en gespecialiseerd in psychedelica, religie en spiritualiteit. Het interview gaat over zijn boek Een nuchtere kijk op psychedelica, wat de wetenschap ons over geestverruiming kan leren. Een fascinerend onderwerp, waar hij een intrigerend boek over schreef. Maar het roept ook scherpe vragen op. Hij blijft geduldig antwoorden, vriendelijk, verbaasd soms en geïnteresseerd.
Van Elk heeft een religieuze achtergrond, hij is opgegroeid binnen de pinkstergemeente. Hij studeerde psychologie en filosofie aan de Universiteit Utrecht, werd wetenschapper, viel van zijn geloof, maar bleef geïnteresseerd in de religieuze beleving. Hoe zijn religieuze ervaringen wetenschappelijk te verklaren? Daarover deed hij onderzoek en schreef het boek Extase. Het onderzoek met de God-helm op het festival Lowlands kwam breed in de pers. Van Elk zette proefpersonen een helm op met draadjes en snoertjes eraan en vertelde dat hierdoor mystieke ervaringen werden opgewekt. In werkelijkheid was het een brommerhelm uit de jaren zeventig met loze snoertjes eraan, daarbij werden mensen geblinddoekt en droegen ze een koptelefoon waardoor alle prikkels van buitenaf werden gedempt. Menigeen rapporteerde uiteenlopende mystieke ervaringen. Nadat hen was uitgelegd dat de helm ze niet veroorzaakt kon hebben, wilden sommigen er nog steeds niet aan.
Vervolgens ging Van Elk zich verdiepen in psychedelica en de bewustzijnstoestand die de middelen veroorzaken. Zijn recente boek gaat over wat er wetenschappelijk bekend is over psychedelica, over de ervaringen die ze veroorzaken en wat er bekend is over hoe ze therapeutisch ingezet kunnen worden. Daarnaast verwerkt hij zijn eigen kennismaking met psychedelica in het boek. Vanuit zijn achtergrond leerde hij dat alle drugs slecht zijn en dat het nemen van een hijs van een joint te vergelijken is met een spuit in je arm. Inmiddels weet hij dat het veel genuanceerder ligt en noemt hij zich psychonaut, gebruiker van psychedelica. We spreken elkaar via Zoom. Van Elk draagt een koptelefoon en een muts, want het is 17 graden in zijn huis. Hij houdt van koudwaterzwemmen in de winter, vertelt hij.
Waar gaat het u als onderzoeker van psychedelica in wezen om?
‘Ik wil weten hoe het kan dat mensen zich beter voelen nadat ze een veranderende bewustzijnstoestand hebben meegemaakt, zoals een mystieke ervaring, meditatie of de bewustzijnstoestand waarin je komt door het gebruik van psychedelica. Want ook psychedelische middelen kunnen een levensveranderende ervaring oproepen. Mij boeit vooral: hoe kan zo’n ervaring zo ingrijpend zijn? Wat gebeurt er in het brein, wat gebeurt er op chemisch niveau en wat gebeurt er psychologisch? Waarom kan dat eect zo sterk zijn dat het transformerend werkt? Daarmee trek ik uiteraard parallellen met mijn jeugd, waar ik hetzelfde op het religieuze vlak heb zien gebeuren.’
U bent heel gelovig opgegroeid, wanneer viel u van uw geloof?
‘Na mijn studies psychologie en filosofie wist ik nog niet precies wat ik ermee wilde. Ik las veel over geloof, theologie en de filosofie van religie en had belangstelling voor wetenschap. Ik worstelde met de vraag: hoe kun je wetenschap en religie met elkaar rijmen? En op een dag gebeurde het – alsof de bliksem insloeg – opeens wist ik: God bestaat niet.’
Hoe ging dat?
‘Ik was net terug van een vakantie naar Rome. Daar was ik op zoek gegaan naar de sporen van het christendom, maar ik was er vooral de pracht en praal van de kerk tegengekomen en alle sporen die het geloof er had nagelaten. Het wekte gemengde gevoelens bij me op. Een avond vlak na de reis zat ik alleen thuis en maakte wat muziek. Het begon als ik het me goed herinner als een gedachtenexperiment: als ik er nu eens vanuit zou gaan dat God niet bestond? En opeens viel alles op zijn plaats: mijn interne conflict verdween. Alsof ik lang had geleefd met een soort wanorde in mijn hoofd, met verschillende werkelijkheden die niet met elkaar te rijmen waren. Het voelde of mijn wereldbeeld coherenter en eenvoudiger werd.
Ik heb er een betoog over geschreven, waarin ik uitlegde waarom ik atheïst werd en stuurde dat aan vrienden en bekenden. Het was een soort wanhoopskreet: overtuig me van het tegenovergestelde. Ik kreeg veel gesprekken met mensen, maar het heeft me niet binnenboord kunnen houden.’
Heeft u toen voor een wetenschappelijke carrière gekozen?
‘Inderdaad. Het loskomen van mijn geloof werkte bevrijdend, maar er ontstond ook een soort existentiële leegte, want alles in mijn leven stond opeens op losse schroeven: ik was jong getrouwd, speelde in verschillende gospelbands, was actief in de kerk en al mijn vrienden kwamen uit de christelijke hoek. Dat gat werd opgevuld door de wetenschap, het gaf me een nieuwe invulling. De zoektocht naar zingeving raakte even op de achtergrond omdat ik me op de wetenschap stortte.’
Van Elk focuste zich aanvankelijk op onderzoek naar religieuze beleving, maar ging zich steeds meer op onderzoek naar psychedelica richten. Dat zijn middelen zoals LSD, psilocybine (de actieve stof in paddo’s en magische truffes) en DMT (de actieve stof in ayahuasca, een Zuid-Amerikaanse hallucinogene drank die wordt gebruikt bij religieuze rituelen en die steeds meer in het westen gedronken wordt, het lijkt met meest op modderige thee). Deze middelen hebben gemeenschappelijk dat ze een sterk veranderende bewustzijnstoestand oproepen.
Hoe kwam u uit bij psychedelica?
‘Ik was geïnteresseerd in religieuze en spirituele ervaringen en gaf er les in. Ik vertelde ook over de effecten van psychedelica. Studenten en collega’s die daar zelf ervaring mee hadden, zeiden dat ik het ook eens moest proberen, dat ik een keer een pilletje moest nemen of eens moest meedoen aan een ayahuasca-ceremonie (een bijeenkomst waar onder begeleiding van een sjamaan het psychedelische ayahuasca wordt gebruikt, red). Het leek me niet zo nodig, tot ik in een relatiecrisis terechtkwam. De avond dat mijn ex en ik besloten uit elkaar te gaan, mailde ik gelijk iemand die ayahuascaceremonies organiseerde om me aan te melden. Het was een soort cowboyachtige neiging definitief te breken met mijn religieuze verleden. Maar het was ook nieuwsgierigheid, stiekem hoopte ik dat het me antwoord zou geven op de grote vragen van het leven waarmee ik worstelde en waar het geloof me geen antwoord op had kunnen geven.’
Heeft u die antwoorden gekregen?
‘Haha, nee.’
Vindt u dat psychologiestudenten in het kader van hun opleiding onder begeleiding eens drugs of psychedelica zouden moeten nemen?
‘Nee, zeker niet! Het gebruik van psychedelica is niet voor iedereen aan te raden, veel mensen kunnen deze middelen beter laten staan. Ik geef ook les over psychedelica en de mogelijke therapeutische toepassingen en daar ben ik heel kritisch over. Net als over de vermeend positieve effecten van mindfulness en meditatie overigens. Wat ik wél boeiend vind, is dat veel bekende bewustzijnsonderzoekers vroeg of laat tóch zelf zijn gaan experimenteren met psychedelica. De bekende podcast-maker Sam Harris praat erover in zijn interviews; de bestseller-auteur en neurowetenschapper Anil Seth beschrijft zijn ervaring met LSD in zijn meest recente boek. Het laat volgens mij zien dat er naast alle kennis over hoe deze middelen werken, toch ook een diepe fascinatie blijft voor wat het is om dit soort ervaringen te hebben – ook onder wetenschappers.’

U beschrijft de voordelen van psychedelica op verschillende vlakken, onder andere therapeutisch. Kunt u uitleggen hoe psychedelica kunnen helpen bij bijvoorbeeld depressie?
‘Het kan op veel verschillende manieren. De ervaringen die psychedelica oproepen verschillen sterk van elkaar, en dat hangt onder meer af van het moment, de setting waarin je gebruikt, de begeleiding die je krijgt, maar ook je persoonlijkheidskenmerken. Er zijn grof gezegd twee mechanismen die werkzaam zijn. De eerste op chemisch niveau: Psychedelica lijken qua structuur op het serotonine-molecuul – een boodschappenstofje dat veel voorkomt in ons brein en lichaam. Psychedelica activeren de serotonine-receptor in ons brein, maar ze hechten zich ook aan allerlei andere receptoren, waardoor een heel scala aan andere biologische processen in werking wordt gesteld. Allereerst leidt dit tot een toename in stofjes die de productie van nieuwe verbindingen in het brein stimuleren. Er ontstaan letterlijk meer verbindingen tussen verschillende neuronen, zo blijkt uit onderzoek in het lab en bij proefdieren. En al deze mechanismen dragen eraan bij dat ingesleten paden in je brein doorbroken worden en dat je nieuwe patronen kunt aanleren. Dit kan heilzaam zijn bij depressie – die gekenmerkt wordt door een hoge mate van rigiditeit in het denken en handelen. Psychedelica werken bijna als een soort electroshock, maar dan subtieler.
‘Ik vroeg mezelf ook af wanneer ze een keer klaar zouden zijn met deze psychedelische doe-het-zelftherapie’
Daarnaast is er de ervaringscomponent en die verschilt sterk per persoon. De meeste cliënten zullen het niet per se een prettige ervaring vinden. Het kan voor sommigen werken als een soort exposure.’
Daarnaast is het interessant voor mensen zonder stoornis, om op het gebied van persoonlijke ontwikkeling verder te komen, hoe?
‘Onze waarneming en ervaring worden beperkt door alles wat we geleerd hebben in ons leven, dat werkt normaal gesprokken goed. Maar als je naar iets nieuws op zoek gaat, als je creatief wilt zijn, even uit het vaste stramien wilt stappen, dan kunnen psychedelica daarbij helpen. Psychedelica schudden ons brein als het ware even op.’
Hoe belangrijk is de roes die het geeft?
‘Voor sommige mensen zal dat zeker een motivatie zijn om te gebruiken, maar ik ken geen onderzoek waarin dat systematisch wordt onderzocht. Ik heb vaker met ceremonies meegedaan, waarin we met een groep onder begeleiding van een sjamaan paddo’s namen of ayahuasca dronken. Ik vraag deelnemers vooraf vaak waarom ze meedoen. Sommigen hebben een soort therapeutische overwegingen, maar een deel doet het zeker ook omdat ze het ongelofelijk leuk vinden. Ze houden van drugs, ze houden van het hebben van een andere bewustzijnstoestand.’
Maar dat is niet onderzocht, waarom niet?
‘Het is alsof je hierbij twee onderzoeksvelden door elkaar haalt, die van de psychedelica en die van partydrugs als xtc, ketamine en cocaïne. In het tweede geval wordt wel gekeken naar redenen om te ontsnappen, naar escapisme. Het onderzoek naar psychedelica heeft een serieuzere ondertoon. Gebruikers zijn ook vaak bezig met meditatie, zelfhulp of zelfontwikkeling. Wellicht heeft het daarmee te maken.’
Uw boek gaat over wat er op wetenschappelijk gebied bekend is over psychedelica, maar het is ook een autobiografisch verslag. Waarom?
‘Ik was aanvankelijk sceptisch over psychedelica, maar werd er heel enthousiast over. Ik geloof dat psychedelica veel goeds kunnen brengen. Ik wilde mijn ontwikkeling laten zien, om niet alleen psychedelicaenthousiastelingen aan te spreken, maar juist ook om de vooroordelen over psychedelica te ontkrachten. Een vriendin van me die huisarts is, zei: “Je wilt niet weten hoeveel verwarde mensen ik ben tegengekomen. Wil jij beweren dat het goed is voor mensen?” Dat wil ik inderdaad, maar wel op een genuanceerde manier. Het is niet voor iedereen. Zij was zo sceptisch, als ik haar kan overtuigen dan is veel gewonnen.’
Wat vond uw vriendin van het boek?
‘Ik heb haar er nog niet over gesproken. Ik heb tot nu toe alleen positieve reacties gehad van mensen die toch al enthousiast waren over psychedelica. Het is dus vooralsnog preken voor eigen parochie. Daarnaast krijg ik veel reacties van mensen die graag psychedelische therapie willen volgen en mij vragen waar ze heen kunnen. Hen moet ik teleurstellen, want in Nederland is het nog niet toegestaan.’
U heeft ervaringen ondergaan omdat u als onderzoeker wilt weten waarover het gaat. Maar wanneer weet u genoeg? Hoe lang moet je uit naam van de wetenschap experimenteren
‘Goeie vraag, maar moeilijk te beantwoorden. Als je psychedelica een keer hebt meegemaakt, zou je zeggen dat je het wel snapt. Maar de tweede keer is totaal anders. En de derde keer ook. Ik hoor in de vraag ook een beetje: wanneer zou ik uit-geëxperimenteerd zijn? De eerste keer dat ik een ayahuasca-ceremonie deed was ik er sceptisch over, want de mensen die ik er tegen kwam, leken van de ene ceremonie naar de andere te hobbelen. Ze waren heel erg bezig met zelfontwikkeling, iemand had ADHD en probeerde daar vanaf te komen, een ander had trauma’s… Ik vroeg me toen ook af wanneer ze een keer klaar zouden zijn met deze psychedelische doe-het-zelf-therapie. Inmiddels kan ik me in deze mensen verplaatsen: iedere keer dat je iets doet, levert het nieuwe inzichten op, het is een incrementeel proces. En wanneer het af is, verschilt per persoon.’
Is het proces ooit af dan?
‘Dat weet ik niet. Het ligt eraan of iemand een gesloten wereldbeeld heeft, of hij de dingen helemaal wil begrijpen. Ik ken genoeg mensen die totaal niet meer bezig zijn met zelfontwikkeling. Een andere groep blijft er voortdurend mee bezig, bij hen is het een eindeloze zoektocht die voert van mindfulness naar verschillende vormen van coaching, naar psychedelica. En er zijn mensen die er een tijdje mee flirten en voor wie het dan genoeg is.’
Psychedelica zijn niet lichamelijk verslavend, maar in hoeverre kunnen ze geestelijk verslavend zijn? Willen mensen van piekmoment naar piekmoment en is het gewone leven niet genoeg meer?
‘Dat vind ik een heel interessante vraag! Daar zou je zo vier jaar lang onderzoek naar kunnen doen en het staat nog niet op de radar van wetenschappers. Ik zie dat om me heen gebeuren, mensen blijven behoefte houden aan gevoelens van extase. Dat zou heel interessant zijn om een keer meer systematisch te onderzoeken. Verslaving klinkt overigens erg negatief, maar het kan een soort van escapisme zijn.’
En hoe vaak zou je psychedelica kunnen gebruiken? Is het nooit teveel? Tijdens uw boekpresentatie in de balie zat u naast André van de Braak, Nederlands filosoof, zenleraar en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, die wekelijks zo’n Avahuasca-ceremonie volgt, waardoor hij altijd min of meer beneveld is…
… ‘Hij kan wat zweverig overkomen inderdaad.’
Nou ja, echt beneveld. Wat vindt u daarvan?
‘Ik sta er pragmatisch tegenover, baat het niet dan schaadt het niet. Als iemand zich er lekker bij voelt, wie ben ik om daar normatief over te zijn en te zeggen: elke week is wel erg vaak… Maar zodra het disfunctioneel wordt en iemand zijn sociale relaties niet meer onderhoudt, contact met de realiteit verliest, dan wordt het inderdaad gevaarlijk. Het kan natuurlijk eindigen in een soort navelstaarderij. Verder vind ik er niet zoveel van.’
Maar waarom zou je sociale relaties onderhouden en contact houden met de realiteit? Dat is toch ook normatief?
‘Ik baseer me op de piramide van Maslow en de verschillende behoeftes die mensen hebben. Je kunt moeilijk ontkennen dat sociale verbondenheid en een sociaal netwerk belangrijk zijn om goed te kunnen functioneren. Maar het is een diepe vraag die je stelt. Ik associeer het met wat ze zeggen over het voorspellende brein: mensen streven ernaar dat je de wereld kunt voorspellen. Maar stel nu dat je in een grot gaat zitten, alles is er donker, dus alles is totaal voorspelbaar. Hoe komt het dat we dan toch uit die grot komen? Het antwoord is dat we ingebouwde mechanismen hebben die maken dat we op zoek gaan naar prikkels en contact maken met andere mensen. Het is niet gezond in je eentje op een berg te blijven mediteren.’
Mag ik zeggen dat u psychedelicagebruik behoorlijk propageert in uw boek?
‘Nee, ik ben het niet aan het propageren. Ik wil wel duidelijk maken dat ik er enthousiast over ben en toepassingen zie. Maar tegelijkertijd heb ik een nuchter scepticisme. Ik probeer juist aan te geven dat sommige mensen psychedelica beter kunnen laten staan. En de therapeutische toepassingen zijn veelbelovend, maar er is meer onderzoek nodig. Ik maak steeds dat voorbehoud, ik heb absoluut niet het enthousiasme van veel andere psychedelica-onderzoekers, die roepen: iedereen aan de LSD of magische truffels!’
Je krijgt er geen kater van, maar krijg je na een trip niet een soort terugval?
‘Dat is volgens mij een groot verschil met alcohol of veel andere drugs: je krijgt geen terugval, integendeel. Bij psychedelica hebben mensen iets wat de afterglow wordt genoemd, dat ze de weken of zelfs maanden erna het gevoel hebben dat de wereld helderder en scherper is, dat de kleuren helderder zijn en dat ze meer openstaan voor verwondering. Die eecten kunnen nog een tijdje aanhouden. Maar na verloop van tijd vlakken die ook af en hebben mensen zin om het nog een keer te doen en mee te maken.’
Dat zou het begin van een verslaving kunnen zijn. Wie zou u ontraden om psychedelica te gebruiken?
‘Mensen die medicatie gebruiken die niet samengaan met psychedelica, mensen met psychose in de familie, mensen die last hebben van extreme stemmingsstoornissen of last hebben van andere psychiatrische aandoeningen. En ook mensen met een bepaald persoonlijkheidspatroon, controlfreaks of mensen die hoog scoren op neuroticisme, want dan is de kans op een bad trip groot. En ik schrijf: doe het alleen als je eraan toe bent. Doe het niet alleen uit nieuwsgierigheid, of omdat je vindt dat je het moet proberen. Als het iets voor je is, dan dient het moment zich vanzelf wel aan. Zo praat ik er ook over tegen mijn kinderen. Mijn oudste zoon is vijftien en nadat hij mijn boek gelezen had, wilde hij het dolgraag een keer proberen. Of we het niet samen konden doen. Ik heb hem gezegd: “Wacht nog even tot je wat ouder bent en steviger in je schoenen staat.” In de puberteit ben je kwetsbaarder.’
Het is niet voor mensen die de controle in handen willen houden, maar het is toch juist goed voor deze groep om hun horizon te verbreden?
‘Het kan een effect zijn, maar in de meeste gevallen is het duidelijk dat mensen die het moeilijk vinden, in verzet komen tijdens een psychedelische trip. Ze zitten zich dan vijf uur lang alleen te verzetten tegen de trip, ze vinden het verschrikkelijk. Het lukt hen niet om zich over te geven en mee te gaan in de ervaring. En dan duren vijf uur lang.’
Heel lang! U schrijft ergens dat een half uur kan voelen als 26 jaar!
‘Daarom. Ik denk dat het voor die mensen geen goede ervaring is, hoewel ze er iets van kunnen leren. Overigens worden er allerlei oefeningen gedaan voorafgaand aan de ceremonies. Dat doen de begeleiders van dit soort ceremonies vaak om te kijken hoe mensen reageren. Als ze in de weerstand schieten, kun je ze beter geen hoge dosis geven.’
U schrijft ergens dat psychedelica-onderzoekers vooral de rooskleurige kant van het gebruik belichten. Dat wilt u niet, daarom heeft u het ook over de nadelige kant van psychedelica. Maar dat blijkt vervolgens erg mee te vallen…
‘Met de meeste gevaren lijkt het inderdaad mee te vallen. Je hebt sterke contra-indicaties voor het gebruik van psychedelica, die ik al eerder noemde. En je hebt het gevaar van een bad trip, maar vaak pakken die uiteindelijk goed uit. Het gevaar is vooral slechte voorlichting en onverantwoord gebruik en daar valt veel winst te behalen. Ik sprak vanochtend in een podcast nog twee jongens die truffels hadden gebruikt. Ik vroeg welke informatie ze bij de smartshop hadden gekregen. Ze kregen geen informatie, alleen: “Combineer het niet met alcohol, en veel succes ermee!” En dan heb je een krachtig en in die zin gevaarlijk middel in handen. Ik zou niet aanraden een doosje truffels op te eten op een festival, dat is de verkeerde setting. Ik pleit daarom niet voor legalisering, maar voor regulering. Niet gedogen, maar laten we duidelijke regels opstellen. Er zit geen leeftijdsgrens op de verkoop van magische truffels, dat is vreemd. Je zou bovendien het geven van goede informatie moeten verplichten.’
‘Psychedelica hebben me teruggebracht naar mijn religieuze wortels en me milder gemaakt’
Oké, helder. Maar u schrijft bijvoorbeeld ergens dat ze bij therapie met psychedelica een disclaimer moeten geven: Het kan een ontologische schok veroorzaken, je kunt er spiritueler van worden, meer mindful, het kan leiden tot veranderingen in je persoonlijkheid… Ik las dat meer als een soort verpakte promotie. Een disclaimer is volgens mij meer: In incidentele gevallen valt er iemand van het balkon of uit het raam.
‘Je kunt mijn disclaimer positief lezen, maar ik refereer aan de discussie die we moeten houden in therapieland over wat we bereid zijn als bijvangst van therapie te accepteren. Het kan zijn dat mensen ten gevolge van psychedelische therapie spiritueler worden en in bovennatuurlijke dingen geloven, meer mindful worden, willen we dat? Ik kan het ook anders zeggen: stel je hebt een christelijke psycholoog, die behandelt cliënten en doet dat goed. Het nadeel is alleen dat hij iedereen die bij hem komt, bekeert. Je komt van je depressie af, maar dan ben je een gereformeerd christen geworden. Dan zou iedereen in opstand komen. Een vergelijkbaar punt kun je maken met psychedelische therapie: er staat vaak een Boeddhabeeld, of een kruis in de ruimte, accepteren we dat? Het gaat er feitelijk om: wat is nog ethisch verantwoord?’ :
U stelt: Ik ben door mijn fascinatie voor psychedelica niet in een soort nieuwe religie terechtgekomen? ie gedachte kwam ook bij mij op. In hoeverre is dat zo?
‘Psychedelica hebben me weer teruggebracht naar mijn religieuze wortels en me milder gemaakt naar mijn religieuze verleden en de religieuze tradities die er zijn. Anderzijds hebben psychedelica me op een nieuw spoor gezet, zowel persoonlijk als wetenschappelijk. Het is in die zin een voortzetting van mijn belangstelling als wetenschapper voor religie. En doordat ik in contact ben gekomen met een netwerk aan psychedelica-onderzoekers met wie ik congressen en publieksdagen organiseer, bouw ik voort op wat met het verliezen van mijn geloof wegviel. Veel psychedelica-onderzoekers vinden elkaar niet alleen door de wetenschap, maar ook door de gedeeltelijke fascinatie voor de psychedelische middelen die iedereen gebruikt heeft. Dat schept een gevoel van verbondenheid. In die zin is het voortzetting van een nieuwe vorm van religie.’
‘Het was alsof de bliksem insloeg, opeen wist ik: God bestaat niet’
Uw boek gaat over psychedelica, maar er komen nogal wat partydrugs langs zoals XTC, maar ook verslavende middelen als heroïne, Meow,Meow, GHB. Psychedelica kunnen misschien helpen tot gezondheidsverbetering, maar middelen als heroïne en GHB kunnen mensen volledig kapot maken. Waarom maakt u geen scherp onderscheid tussen psychedelica en andere drugs?
‘Dat probeer ik wel te doen, ik benadruk in het begin van mijn boek dat je niet alle drugs over één kam moet scheren. Psychedelica zijn een andere categorie dan de partydrugs als GHB of ketamine. Maar af en toe een pilletje nemen, is wat anders dan dat je met een spuit in je arm zit, zoals ik vanuit mijn jeugd meekreeg. Over de andere middelen doe ik nauwelijks uitspraken. Ze komen vooral langs in een hoofdstuk dat gaat over de epidemiologie van het drugsgebruik. Psychedelicagebruikers vormen een kleine groep, daarbuiten heb je nog een veel grotere groep van partydrugsgebruikers die elk weekend van alles door elkaar gebruiken. En ik heb het over een Amerikaanse neurowetenschapper die zegt dat hij af en toe heroïne gebruikt en dat hij dat in de hand kan houden. Ik doe verder geen uitspraken over de gevaren of over verslaving, maar ik vind het wel bizar dat hij dat deed.’
Ik las het met de ogen van iemand die belangstelling heeft voor drugs en denkt: Wat kan ik allemaal gebruiken? Als je niet heel nauwkeurig leest, klinkt het allemaal behoorlijk aantrekkelijk en onschuldig.
‘Ik heb geprobeerd zo genuanceerd mogelijk te zijn, en ik kom van de andere kant. Ik heb van huis uit geleerd dat alle drugs slecht zijn, terwijl ik nu geloof dat ze soms heel heilzaam kunnen zijn. Iedereen die mij kent als mens en als wetenschapper weet dat ik heel voorzichtig en sceptisch ben en niet van de daken zal schreeuwen dat je psychedelica moet gebruiken. Psychedelica zijn ook niet voor iedereen, wees er voorzichtig mee.’
Het einde van het boek beschreef u ontroerend mooi over een psychedelische ervaring en dat u een kerk binnengaat, waar u de liedjes van uw jeugd zingt. Maar dan schrijft u over dat u een kerk wilt stichten en dacht ik: Oeps…
‘Dat was ironisch bedoeld. Ik heb getwijfeld of ik het erin zou laten, want je kunt inderdaad ook denken dat ik ben doorgeslagen. Het is een verwijzing naar Timothy Leary2 die zijn religie wilde stichten. Zo was het verhaal mooi rond. Op zich is het geen rare gedachte, maar voor mij was het een gedachtespinsel en niet iets om op voort te borduren.’ Voor we afsluiten, na even nadenken, zegt hij nog: ‘Ik wil laten zien dat psychedelica niet zaligmakend zijn, dat ze geen oplossing gaan bieden voor je problemen, als je het niet koppelt aan een verandering in je gedrag en gewoontes. Je moet iets doen met de inzichten die je opdoet: gezonder gaan leven, sporten, alcohol laten staan, bel eens een vriend op en zorg voor een goede slaaphygiëne. Daarom heb ik er ook voor gekozen om in dit boek ook mijn persoonlijke verhaal te betrekken. Want psychedelica hebben me veel gebracht, ze hebben me ook geholpen. Maar je moet zelf je eigen leven op orde brengen, want dat doen die psychedelica niet.’
Bronnen:
- zie: tinyurl.com/2p9aw9w3
- Leary is een Amerikaanse schrijver, psycholoog en voorvechter voor het gebruik van lsd als therapeutische en spirituele verrijking.
Beeld: Peter Valckx