Lees verder
De Duitse psycholoog Otto Selz kwam in 1939 naar Nederland, verbannen door de nazi’s. Richard Ridderinkhof brengt met dit essay een ode aan deze pionier wiens gedachtegoed van grote vloed is geweest op de cognitieve psychologie en kunstmatige intelligentie. Selz stierf in de zomer van 1943 in of bij Auschwitz. ‘Otto Selz wachtte de vergetelheid, ondanks zijn baanbrekende werk. Dat geeft geen pas.’
Richard Ridderinkhof

Op 21 april 2022 werd een gedenkteken onthuld voor Otto Selz. Deze onbekende naam tref je als je door het Nationaal Holocaust Namenmonument dwaalt – honderdduizend bakstenen met de naam van iemand die vanuit Nederland werd afgevoerd naar de kampen en nooit terugkeerde. Selz, een nu vergeten Joodse wetenschapper, was uit Duitsland naar Amsterdam gevlucht.

Die verloren naam ving mijn blik, een jaar of tien geleden, op de rug van een boek in de ramsj. Gekocht voor €1. Onder de titel Otto Selz was het boek1 in 1981 aan hem opgedragen door Adriaan de Groot en Nico Frijda, de beroemdste psychologen door Amsterdam voortgebracht. Als kind had Frijda Selz nog gekend. Ruim zeventig jaar nadien vertelde hij me over de vluchteling die bij zijn ouders over de vloer kwam. Een vriendelijke man die Duits sprak en hem sigarenbandjes gaf voor zijn verzameling. Het boek was een eerbetoon aan deze vluchteling, een eeuw na diens geboortejaar. In het boek roemden internationale kopstukken van de cognitiewetenschappen Selz als hun voorloper. Desondanks is hij onbekend gebleven.

Vorig jaar metselde iemand het steentje van een onbekende in de muur – Otto Selz, een wetenschapper die niet terugkeerde. Dit essay is een monument voor deze vergeten pionier.

Doelgericht

In de negentiende eeuw raakten psychologen niet uitgepraat over doelgericht handelen: motivatie, verlangen, streven. Gedrag dat niet wordt gestuurd door prikkels van buitenaf maar van binnenuit, gedreven door de wil, door wensen en intenties. Het idee dat alleen al het denken aan het beoogde effect van een handeling die handeling feitelijk al in werking zet, was even verrassend als voor de hand liggend. Denken aan een doel (een doelpunt maken) geeft een impuls tot doelgericht handelen (een hard schot in de linkerbovenhoek) – en voor je het weet zet je de gepaste beweging al in gang. In 1924 schreef Selz2: ‘Bij behendigheidsspelen is het doeltreffender zich te concentreren op het te bereiken resultaat dan op de uit te voeren bewegingen, omdat concentratie op het bewegingsresultaat de efficiëntie verhoogt.’ De sportwetenschap zou dat pas in onze eeuw opnieuw ontdekken.

Selz paste de ideeën over doelgericht handelen toe op doelgericht denken. Deelnemers aan experimenten deden uitgebreid verslag van hun denkprocessen tijdens vraagstukken als ‘hoe zorg je dat een kaars niet lekt?’ of ‘hoe komt het dat kaarsen licht geven?’ De instructie van buitenaf wordt omgezet in een innerlijk doel; het doel leidt volgens Selz tot denkschema’s, die aan de denkroute een doelgerichte loop geven. Intelligentie is volgens Selz dan ook het vermogen om jezelf adequate denkschema’s voor het bereiken van doelen eigen te maken. En, vooral, ze toe te
passen op nieuwe, onbekende vraagstukken.

Selz paste de ideeën over doelgericht handelen toe op doelgericht denken

Het denken van Selz draaide om de werking van de geest als ‘mechaniek’, en hij was daarmee zijn tijd ver vooruit. Zijn werk was baanbrekend. Maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog raakte het op een zijspoor.

Selz diende aan het westelijk front in Frankrijk, maar toen hij in 1917 gewond raakte werd hij naar Berlijn gehaald. Het Ministerie van Oorlog liet hem onderzoeken hoe je vliegtuigongelukken kon voorkomen. Hij ontwikkelde gedetailleerde ongevalsprotocollen, en ontdekte daarmee hij dat vliegtuigpersoneel eenvoudigweg niet beschikte over enig doelgericht denkschema voor noodsituaties. Het personeel zou daarom moeten oefenen met allerlei noodsituaties, zodat ze in voorkomende gevallen snel konden putten uit een rijk repertoire van denkschema’s: effectieve, doelgerichte handelingen. Na de oorlog werd Selz gedecoreerd met het IJzeren Kruis, en benoemd tot hoogleraar psychologie en pedagogiek.

Selz in Nederland

Zijn leerstoel was vooral gericht op toegepaste wetenschap. Selz paste zijn theorie over doelgericht denken toe op onderwijsproblemen, met als doel het intellectuele niveau van schoolkinderen te optimaliseren. Hij analyseerde hun verbale denkprotocollen en stelde vast welke doelgerichte denkschema’s ze gebruikten. Daarop maakte hij hen bewust van hun denkschema’s, en van slimmere alternatieven. Hij zette meer gevorderde leerlingen in om hún denkschema’s uit te leggen en te onderwijzen. Zorgvuldige experimentele studies toonden aan dat zijn programma daadwerkelijk hielp bij kinderen met leerproblemen.

Deze praktijktoepassing bracht hem veel bijval van pedagogen in Duitsland en Nederland. Zijn carrière kwam echter tot een abrupt einde toen in 1933 de Nazi’s aan de macht kwamen. De nationaalsocialistische partij vaardigde rassenwetten uit die het Joden onmogelijk maakten hun beroep uit te oefenen. Een transfer naar de prestigieuze universiteit van Heidelberg ging niet door: niet-Ariërs werden niet langer aangesteld. Op 4 april werd de Joodse Selz per decreet van de minister van cultuur en onderwijs uit zijn ambt gezet, onder het voorwendsel van ‘handhaving van veiligheid en orde’. De toegang tot zijn instituut en laboratorium werd hem ontzegd. Na de gebeurtenissen die bekend zouden staan als de Kristallnacht, in november 1938, werd Selz gearresteerd en vastgezet in Konzentrationslager Dachau. Vijf weken later werd hij vrijgelaten, op voorwaarde dat hij het land zou verlaten.

Hij diende een aanvraag in voor emigratie naar Nederland. Niet dat het klimaat voor vluchtelingen in het buurland zo gunstig was: de bestaansmogelijkheden van de eigen bevolking stonden onder druk, en ontheemde vluchtelingen vormden een extra economische last. De Nederlandse staat liet hulp aan behoeftige vluchtelingen over aan particuliere en religieuze organisaties. Allerlei administratieve voorschriften beperkten de mogelijkheden voor buitenlandse wetenschappers aan Nederlandse universiteiten.

Toch kreeg Selz een uitnodiging om naar de Universiteit van Amsterdam te komen, dankzij de vermaarde pedagoog Philip Kohnstamm, en met steun van Geza Révész, de oprichter en directeur van het Psychologisch Laboratorium. Selz arriveerde in mei 1939. Hij kwam rond van zestig gulden per maand, verstrekt door Joodse liefdadigheidsinstellingen. Hij raakte bevriend met Kohnstamm, Révész, en de gerenommeerde economieprofessor Herman Frijda (vader van de kleine Nico).

Révész betrok Selz bij het werk van zijn promovendi, en bood hem de gelegenheid zijn werk te publiceren in het door hem opgerichte tijdschrift Acta Psychologica. Kohnstamm haalde hem naar het Nutsseminarium voor Pedagogiek, een soort lerarenopleiding van de universiteit, om lezingen te geven over het belang van de bevordering van de intellectuele ontwikkeling van kinderen. Tijdens een seminar in april 1940 in het Rembrandthuis vertelde Selz zijn toehoorders hoe de opeenvolgende schetsen van Rembrandts etsen tonen dat de schilder telkens de gebreken van zijn ontwerp corrigeerde (zoals het herschikken van hoofd- en bijfiguren) vooraleer het beoogde effect te bereiken.

Van het dreigende duister leek hij zich niet bewust.

Westerbork

Enige tijd na de Duitse invasie in mei 1940 mochten Joden niet langer een beroep uitoefenen in openbare instellingen, en Kohnstamm, Révész en Frijda werden gedwongen hun hoogleraarschap ‘op te schorten’. Aan Duitse collega-psychologen die tijdig naar de vs waren ontkomen schreef Selz dat hij hoopte ‘in aanmerking te komen voor toekomstige uitnodigingen uit Amerika aan buitenlandse psychologen, zelfs als het slechts voor een zeer bescheiden positie kan zijn’.3 Maar zijn landgenoten slaagden er niet in hem een aanstelling te bezorgen. Ze probeerden hem nog in te schrijven voor een studiebeurs-programma, maar Selz bleek de leeftijdsgrens voor het programma te zijn gepasseerd. Zo bleef hij in ballingschap in Amsterdam, waar het net zich sloot om de Joodse gemeenschap.

Stap voor stap werden hun rechten verder ingeperkt, velen verloren hun baan, en vanaf begin 1942 werden werkloze Joden opgeroepen voor dwangarbeid in Westerbork. Westerbork, na de Kristallnacht in 1938 opgericht als een opvangkamp voor vluchtelingen uit Duitsland, werd door de bezetter omgevormd tot een doorgangskamp in omgekeerde richting, voor Joden en andere gevangenen die gedeporteerd zouden worden. Herman Frijda moest net als veel andere Joden in Nederland onderduiken om aan de razzia’s te ontkomen.

Selz gokte dat zijn oorlogsonderscheiding hem wel zou beschermen, maar ondanks Révész verzoekschriften bij het Centraal Bureau voor Joodse Emigranten werd hij in juli 1943 gearresteerd en naar Westerbork gestuurd, daar hielp geen IJzeren Kruis aan. Van daaruit stuurde hij een briefkaart naar Amsterdam: hij was voornemens een serie lezingen te houden ten behoeve van de ingezetenen. Het zou zijn laatste teken van leven zijn. Op dinsdag 24 augustus 1943 werd hij met trein nr. DA 703 op transport naar Auschwitz gesteld.

Van de generatie van grote Duitse hoogleraren, de beroemde gestaltpsychologen, was Otto Selz, voor zover bekend, de enige wiens leven eindigde in de nazi-kampen. Zijn dood staat geregistreerd op 27 augustus, in of bij Auschwitz. Hij stierf onmiddellijk na aankomst in de gaskamers. Of misschien stierf hij al door uitputting of verstikking tijdens het transport. Of werd hij gedood tijdens een vluchtpoging, of een in scène gezette ontsnapping? We zullen het nooit weten.

In 1944 stierven ook Herman Frijda en twee zussen van Philip Kohnstamm in Auschwitz. Net als honderdduizend andere Nederlandse Joden, en zo’n vijftienduizend Joodse vluchtelingen uit Duitsland, die via Westerbork op transport werden gesteld en omgebracht in de concentratiekampen. De steentjes in het Namenmonument vormen de stille getuigenissen.

Adriaan de Groot en Nico Frijda zijn niet vergeten; hun werk maakte hen beroemd. Otto Selz wachtte de vergetelheid, ondanks zijn baanbrekende werk. Dat geeft geen pas.

Nalatenschap

‘Selz vond waarschijnlijk de meeste erkenning, en tenminste enige persoonlijke vriendschap en warmte, in Nederland. Deze gedachte kan een troost voor ons zijn als we denken aan het tragische einde van zijn leven.’ Met deze woorden besloot het overlijdensbericht voor Otto Selz, geschreven in 1946 door zijn belangrijkste Nederlandse leerling, Adriaan Dingeman de Groot.

Bij zijn experimenteel onderzoek naar het denken bij het schaakspel had De Groot dankbaar gebruik gemaakt van Selz’ adviezen, en diens zelfrapportagemethode toegepast op schaken. Zijn hoofdwerk (en dissertatie), Het denken van den schaker, werd in 1946 gepubliceerd. De Engelse vertaling uit 1965 is nog steeds verreweg het meest geciteerde wetenschappelijk werk over schaakdenken.

De introductie van de eerste computers, eind jaren zestig van de vorige eeuw, was cruciaal voor het vestigen van de cognitieve psychologie, en voor het ontluiken van de daaropvolgende cognitieve revolutie. Het stimuleerde Herbert Simon, die later als eerste psycholoog de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen, om software te ontwerpen die het menselijke probleemoplossen nabootst.

Selz’ mechanistische denkschema’s bleken hiertoe direct toepasbaar; in wezen was hij een pionier van de vandaag zo dominante kunstmatige intelligentie. Als gevierd ‘vader van de cognitieve revolutie’ zou Herbert Simon erkennen buitengemeen schatplichtig te zijn aan Selz’ ideeën, die hij had ontleend aan het proefschrift van De Groot.

Kort nadien zou ook in Duitsland erkenning komen voor Selz, en voor het onrecht dat hem was aangedaan. In september 1970 kende de Deutsche Gesellschaft für Psychologie Otto Selz postuum haar hoogste onderscheiding toe: de Wilhelm Wundt Plakette, voor zijn eminente verdiensten in de psychologie. De plaquette is in ontvangst genomen door het Psychologisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam, waar het bronzen insigne werd tentoongesteld.

Deze erkenning en de pogingen van Frijda, De Groot en andere Nederlandse en Duitse geleerden ten spijt, zijn de leer van Selz en zijn pioniersrol intussen zo goed als vergeten. 

Herinnering

In 1982 ving ik aan datzelfde Psychologisch Laboratorium mijn studie aan, en ik heb uit die tijd een vage herinnering aan de Wilhelm Wundt Plakette die in de centrale hal te bewonderen was, ergens halverwege de glazen receptie en de oranje liftdeuren. Psychologie verhuisde in 1990 naar een ander gebouw, en nogmaals in 2011, en nog een keer in 2015. Op enig moment is de plaquette zoekgeraakt.

Het moest gaan om een rond bronzen insigne van ongeveer twintig centimeter in diameter, wist Nico Frijda nog in 2015 (achteraf bezien kort voor zijn overlijden). Een uitvoerige zoektocht leerde dat tijdens de laatste verhuizing, waarbij iedereen was aangemoedigd overbodige rommel af te voeren, een nijvere beambte de plaquette in een vuilcontainer had gedeponeerd. Een toevallige passant die het voorval opmerkte, onderwierp het zware voorwerp met een passerende professor aan nadere inspectie. Daarmee redden zij de plaquette van vernietiging – het lot dat Selz zelf had ondergaan.

Op 21 april 2022 is de Wilhelm Wundt Plakette ceremonieel teruggeplaatst in de centrale hal van het Psychologisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam. Moge de aan hem opgedragen plaquette, net als zijn steentje in de muur van het Nationaal Holocaust Namenmonument, de herinnering en waardering doen herleven voor de pionier die Otto Selz absoluut is geweest voor de psychologie.

referenties

  1. Frijda, N.H. & de Groot, A.D. (Eds.) (1981a). Otto Selz: his contribution to psychology. The Hague: Mouton.
  2. Selz, O. (1924). Die Gesetze der produktiven und reproduktiven Geistestätigkeit. Kurzgefasste Darstellung. Bonn, Cohen.
  3. Beckmann, H. (2001). Selz in Amsterdam. Der Denkpsychologe Otto Selz (1881-1943) im niederländischen Exil. Psychologie und Geschichte, 9, 3-27.