Log in
Te veel psychologen staan nog altijd achter het idee dat benchmarking gaat leiden tot kwaliteitsverbetering in de ggz. En dan te bedenken welke waardevolle methodologische inzichten over kwaliteitsverbetering ons zijn bijgebracht door eminente hoogleraren als Pieter Drenth en A.D. de Groot. Dat bestrijden van bias, die zoektocht naar testbetrouwbaarheid, validiteit. ‘Meet de test wat hij beoogt te meten?’ De colleges test-, schaal- en vragenlijstconstructie. De oprichting van COTAN, de Commissie Testaangelegenheden van het NIP.
Paul Betgem

Hoe kan het zijn dat nogal wat psychologen enthousiast worden over benchmarken? Routine Outcome Monitoring (ROM) op zichzelf is waardevol. Benchmarken, daar deugt niets van. Benchmarken met ROM leidt tot gemiddelden waarop die beroemde uitspraak van toepassing is: There are lies, big lies and statistics. Deze prestatie-indicatoren zouden het mogelijk maken zorgaanbieders te vergelijken op effciëntie van behandelen. Deze column gaat niet over ROM bij individuele behandelingen. Ook is dit geen discussie over privacy-problemen bij benchmarking. Het gaat mij hier om de methodologie, betrouwbaarheid van gegevens, hoe data zijn verkregen en conclusies op basis van grove gemiddelden. Een associatie met de testbank van Volkswagen is op zijn plaats. Benchmarken is een technisch verhaal, zo hoort benchmarken te gaan, op een rollenbank. En daar is bij gesjoemeld. U protesteert nu. ‘Dat is een verdachtmaking! Dat gebeurt nooit in de gezondheidszorg!’ Excuses, maar wat denkt u dat het management gaat doen als ongunstige ROM-data waarschijnlijk gevolgen krijgen voor de personeelsbezetting? Ict biedt…