Log in
Op de middelbare school moest ik een scriptie schrijven over de filosofie van de Romeinen. Dat viel niet mee. De Romeinse filosofie is saai, plichtmatig, en steekt pijnlijk bleek af bij de fenomenale ideeënwereld van de oude Grieken. Dat was dus goed balen voor mijn tienerzelf. Maar ja, ik had geen Grieks gekozen in mijn pakket, dus ik zat aan die Romeinen vast. Na wat omzwervingen belandde ik bij Epicurus (341-270 v. Chr.). Dat was ook een Griek, maar het op zijn leer gebaseerde epicurisme had in het oude Rome veel aanhangers en daarom vond mijn lerares Latijn het toch goed.
Denny Borsboom

Epicurus’ filosofie gaat grotendeels over de vraag hoe de mens moet leven. Dat vind ik altijd een buitengewoon irritant soort filosofie, want hoe ik leef maak ik zelf wel uit. Volgens Epicurus is het bovendien zaak een toestand van gelijkmatigheid na te streven, die hij ‘ataraxia’ noemt. Dat leek mij als zeventienjarige headbangende hardrocker gewoon een ander woord voor ‘saai’, en die scriptie was dus geen gemakkelijke bevalling. Inmiddels werk ik al jaren aan het idee dat mentale stoornissen (bijvoorbeeld depressie) voortkomen uit causale interacties tussen symptomen van die stoornissen in een netwerk (bijvoorbeeld slapeloosheid -> vermoeidheid -> lusteloosheid – > schuldgevoel -> slapeloosheid). Zulke interacties heeft iedereen, maar ze zijn normaal gesproken vrij zwak, waardoor effecten van externe schokken (zoals nare gebeurtenissen) over de tijd heen uitdoven. Als symptomen elkaar sterker beïnvloeden, dan kan dat de effecten van zulke schokken echter juist versterken, waardoor het symptoomnetwerk zichzelf in stand houdt. Dat is, denk ik, het wezen van een mentale…