Lees verder
Op het eerste gezicht is het moeilijk het oneens te zijn met de stelling van Bert Duijker. Natuurlijk willen we allemaal één geïntegreerde en coherente psychologie! En natuurlijk willen we af van de lappendeken van verschillende ‘psychologieën’, waarbij psychologen nauwelijks over de schotten van de eigen discipline kijken. Allemaal zijn we immers geïnteresseerd in het begrijpen van menselijk gedrag.
Bernard Nijstad

Bij nadere beschouwing, zo stel ik me voor, zouden sommigen van ons misschien iets minder enthousiast over Duijkers stelling zijn. Zijn pleidooi voor één psychologie heeft namelijk gevolgen voor de verschillende vakgebieden in de psychologie, en dat geldt zeker voor de Arbeids- en Organisatiepsychologie. In feite pleitte Duijker er in 1959 voor om de A&O-psychologie op te heffen. Hij stelde voor dat de basisdisciplines van de psychologie worden gevormd door de gedragsleer, functieleer, persoonlijkheidsleer, ontwikkelings- en methodenleer. Geen A&O-leer, dus, laat staan A&O-psychologie (trouwens ook geen klinische psychologie, bijvoorbeeld).
Volgens Duijker kenmerkt de A&O-psychologie zich enkel door de toepassing van gedragsleer binnen een bepaald milieu: dat van arbeidsorganisaties. En als we zo gaan beginnen, dan is het einde zoek: wat te denken van schoolpsychologie, theaterpsychologie, openbaar vervoerspsychologie of kaasfabriekpsychologie? Moeten daaraan specifieke vakgroepen, professionele associaties, of congressen worden gewijd? Kortom: weg met de A&O-psychologie!
De vraag is of Duijker gelijk heeft. Toen ik daarover nadacht, kon ik twee tegenargumenten bedenken. Ten eerste: er is vraag naar. Er zijn vele honderden studenten A&O-psychologie, en er zijn vele duizenden praktiserend A&O-psychologen; de sector A&O-psychologie van het nip heeft bijvoorbeeld zo’n 2300 leden. Volgens economische principes is de A&O-psychologie dus zinvol, simpelweg omdat er een markt voor is.
De tweede reden is dat de A&O-psychologie een belangrijk toepassingsgebied is van de gedragsleer. In deze tijd waarin kennisvalorisatie belangrijker wordt, kan het voor universiteiten geen kwaad een hoogleraar A&O-psychologie in de gelederen te hebben. En hoewel ik denk dat er binnen de A&O-psychologie een hoop onzin wordt verkocht – en verkocht kun je letterlijk nemen – kan het ook geen kwaad af en toe eens met een psychologische bril te kijken naar het functioneren van mensen binnen arbeidsorganisaties.
Niettemin heeft Duijker wel een punt dat de A&O-psychologie moet vallen onder de algemene noemer van de gedragsleer. Deze gedragsleer zou zich volgens hem ten doel moeten stellen ‘kennis te verwerven over menselijk gedrag, uiteraard als voortvloeiend uit de totale situatie (p. 203). Dat is uiteraard precies wat A&O -psychologen doen, al is ‘de totale situatie’ specifiek gedefinieerd in de context van arbeidsorganisaties.
Ik heb er dan ook weinig bezwaar tegen om mijn huidige vakgroep om te dopen tot de vakgroep ‘Gedragsleer’. Waar het mij als academicus om gaat, is dat ik onderwerpen kan bestuderen rondom menselijk gedrag die me echt boeien, en de (al dan niet totale) situatie speelt daarin een belangrijke rol. Bovendien is gedragsleer volgens Duijker ‘de centrale discipline der psychologie’ (eveneens p. 203, cursivering in origineel). En wie kan er bezwaar tegen maken deel uit te maken van de centrale discipline der psychologie?