Kernwoorden:


133 Weergaven
20 Downloads
Lees verder

Een kleine frase, grote vragen

Een cliënt verlaat de sessie met een concreet huiswerk: drie keer deze week een korte wandeling maken. Bij de deur zegt ze glimlachend: ‘Ja, dat ga ik doen, Insha’Allah.’De week erna blijkt dat het huiswerk niet gelukt is. Nieuwe afspraken worden gemaakt. Weer volgt dezelfde zin: ‘Insha’Allah.’Voor veel behandelaren is dit een herkenbaar moment. De uitspraak kan vragen oproepen: drukt de cliënt hoop uit, beleefdheid, of juist afstand tot eigen verantwoordelijkheid? En wat betekent dit voor de behandeling van depressie, waarin gedragsactivatie en ervaren invloed zo cruciaal zijn?

Dit artikel verkent wat er schuil kan gaan achter deze ogenschijnlijk eenvoudige uitdrukking en waarom het zinvol is om er in therapie bij stil te staan.

Waarom ervaren regie zo belangrijk is bij depressie

In vrijwel alle evidence-based behandelingen voor depressie speelt gedragsactivatie een centrale rol. De gedachte is eenvoudig en krachtig: door weer activiteiten te ondernemen, kan stemming verbeteren. Cliënten leren stap voor stap ervaren dat hun gedrag invloed heeft.Daarmee raakt gedragsactivatie aan een fundamenteler psychologisch concept: locus of control. Mensen verschillen in de mate waarin zij geloven dat gebeurtenissen in hun leven worden bepaald door eigen handelen (interne locus) of door externe krachten (externe locus).Bij depressie verschuift deze balans vaak naar buiten (Khumalo & Plattner, 2019). Cliënten voelen zich machteloos, verwachten weinig effect van hun inspanningen en stellen activiteiten uit. De klassieke depressieve gedachte ‘Wat heeft het voor zin?’ is daar een uitdrukking van. Wanneer gedragsactivatie stagneert, is de klinische vraag daarom vaak: waar ligt de ervaren regie?

Religie in de spreekkamer: een gevoelig thema

In de Nederlandse GGZ speelt religie een rol bij een aanzienlijk deel van de cliënten, maar behandelaren voelen zich niet altijd comfortabel om dit onderwerp expliciet te bespreken. Soms bestaat de impliciete zorg dat religieuze overtuigingen passiviteit kunnen versterken.Psychologisch onderzoek laat echter zien dat religie geen eenduidige factor is. Het kan zowel een beschermende als een belemmerende rol spelen bij psychisch functioneren. Onderzoekers spreken over verschillende vormen van religieuze coping. Sommige mensen ervaren hun geloof als een samenwerking: zij zetten stappen en vertrouwen op steun van God. We hebben het hier over actieve religieuze coping. Anderen leggen de verantwoordelijkheid vooral buiten zichzelf en wachten af. We hebben het hier over passieve religieuze coping. Deze twee stijlen kunnen samenhangen met verschillende behandeluitkomsten. Actieve religieuze coping kan samenhangen met meer veerkracht en initiatiefgedrag, terwijl een passieve stijl kan samenhangen met minder probleemoplossend gedrag. Uit een onderzoek van Abdulaziz Aflakseir en Mansoureh Mahdiyar (2016) bleek dat actieve religieuze coping een significante voorspeller was van minder depressieve klachten. Religie is dus geen obstakel op zichzelf. De betekenis die iemand eraan geeft, is doorslaggevend.

De betekenis van ‘Insha’Allah’

‘Insha’Allah’ betekent letterlijk: ‘als God het wil’. Binnen de Islam of de Arabisch wereld drukt de frase nederigheid en besef van onzekerheid uit. De toekomst ligt immers nooit volledig in menselijke handen.In veel gemeenschappen heeft de uitdrukking daarnaast een alledaagse functie. Het is een beleefdheidsformule bij toekomstplannen, vergelijkbaar met ‘hopelijk’ of ‘we zien wel’. Vaak wordt de frase bijna automatisch gebruikt.Juist deze dubbelzinnigheid maakt de uitspraak in therapie interessant. Op zichzelf zegt zij weinig. De betekenis ontstaat in de context.

Wanneer de frase klinisch relevant wordt

De uitdrukking krijgt vooral betekenis in een van de volgende twee situaties. De eerste is wanneer zij de voortgang van de therapie aanstuurt. Iemand kan God bijvoorbeeld zien als een bron van energie, motivatie en ondersteuning. Het gebruik van deze uitdrukking kan dan helpen vertrouwen te putten uit het geloof, terwijl de persoon zelf concrete stappen onderneemt om de situatie te verbeteren. Dit kan bijdragen aan een positievere kijk op het leven en gedragsactivatie (actieve religieuze coping). De tweede situatie waar de uitdrukking een bijzondere betekenis kan krijgen is wanneer zij samenvalt met stagnatie in het behandelproces. Bijvoorbeeld wanneerhuiswerk herhaaldelijk niet wordt uitgevoerd, plannen in de toekomst blijven hangen, cliënten weinig vertrouwen hebben in eigen kunnen en de verantwoordelijkheid als moeilijk wordt ervaren. In deze context kan ‘Insha’Allah’ functioneren als een beschermende strategie. Het verzacht de druk om te moeten slagen en biedt een uitweg wanneer verandering spannend wordt. De cliënt vertrouwt dan op God om de situatie te veranderen, terwijl de eigen actieve inzet om het probleem aan te pakken naar de achtergrond verschuift (passieve religieuze coping). Vanuit depressie bezien is dat begrijpelijk. Als iemand weinig vertrouwen heeft in eigen invloed, kan het veiliger voelen om de uitkomst buiten zichzelf te plaatsen.

Het risico van misinterpretatie

Tegelijkertijd schuilt hier een valkuil. Wanneer behandelaren religieuze taal te snel interpreteren als passiviteit, kan dat leiden tot misverstanden en afstand in de behandelrelatie.Een cliënt kan ‘Insha’Allah’ gebruiken uit beleefdheid, hoop of gewoonte. Zonder verkenning blijft de betekenis onduidelijk. Om dit te voorkomen, is het van belang dat de therapeut over culturele gevoeligheid beschikt. Dit vereist een reflectieve en zelfkritische houding, evenals het doelgericht gebruik van therapeutische hulpmiddelen die helpen bij het identificeren, begrijpen en respecteren van de uiteenlopende culturele achtergronden, waarden en normen van cliënten. Ontwikkelde hulpmiddelen, zoals het Cultural Formulation Interview (CFI) (American Psychiatric Association, 2013), bieden hierbij ondersteuning en zijn specifiek ontworpen om therapeuten te helpen bij het toepassen van een cultureel gevoelige benadering.

Cultureel sensitief werken betekent daarom: exploreren in plaats van interpreteren.Eenvoudige vragen kunnen veel verhelderen, met name met betrekking tot dit onderwerp:

‘Wat betekent Insha’Allah voor u?’
‘Welke rol ziet u voor uzelf in herstel?’
‘Hoe ziet u de samenwerking tussen uw inzet en Gods wil?’

Vaak ontstaat dan een genuanceerder beeld. Sommige cliënten ervaren hun geloof als bron van kracht. Anderen benoemen dat zij weinig invloed voelen op hun situatie. Soms is het een combinatie van beide.

Religie als mogelijke motor voor gedragsverandering

Interessant genoeg benadrukken religieuze tradities vaak juist persoonlijke verantwoordelijkheid. Binnen de islam wordt vertrouwen op God traditioneel gekoppeld aan actief handelen. Dit biedt therapeutische kansen. Wanneer religieuze overtuigingen worden verbonden aan gedragsactivatie, kan dit de ervaren regie versterken. Religie kan dan een brug vormen tussen hoop en actie. Pearce et al. (2015) vermelden dat uit onderzoek blijkt dat het integreren van religieuze overtuigingen in de psychotherapie kan bijdragen aan betere behandelresultaten bij religieuze cliënten, en illustreert hoe dit kan worden gedaan, bijvoorbeeld door deze overtuigingen te integreren in cognitieve gedragstherapie.

Wat vraagt dit van de behandelaar?

Vooral een houding van nieuwsgierigheid en culturele bescheidenheid. Het gaat niet om religieuze expertise, maar om het onderzoeken van betekenis.

Uiteindelijk draait het om dezelfde vraag die bij elke cliënt centraal staat:

Wat helpt deze persoon om weer invloed te ervaren op zijn of haar leven?

Wanneer de therapeut een vermoeden krijgt in de rol die religie voor een cliënt speelt, kan het zinvol zijn dat de therapeut de betekenis van religie voor de cliënt verder exploreert en zich in die religie verdiept, om een verband te leggen tussen religie en hoop. Het doel is om te leren religie om te zetten tot een beschermende en stimulerende factor in de therapie, wanneer een cliënt religie als een centraal aspect van zichzelf beschouwt. Dit kan opnieuw worden bereikt door middel van nieuwsgierigheid, vragen stellen en, indien mogelijk, enig onderzoek.

Praktische aandachtspunten voor de behandelkamer

  • Wees alert op religieuze taal bij stagnatie in activatie.
  • Vermijd snelle interpretaties of aannames.
  • Onderzoek de persoonlijke betekenis van religieuze uitspraken.
  • Gebruik religieuze overtuigingen waar mogelijk als hulpbron.
  • Blijf focussen op het versterken van ervaren regie.

Tot slot

‘Insha’Allah’ in de behandelkamer is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een ingang tot een gesprek over hoop, regie en verantwoordelijkheid. Soms blijkt het een beleefdheidsformule, soms een vorm van troost, en soms een aanwijzing dat iemand zich machteloos voelt.Door het gesprek erover aan te gaan, kan religieuze taal veranderen van een mogelijke rem in een bondgenoot van herstel.

Literatuurlijst

  1. Abdulaziz Aflakseir, & Mansoureh Mahdiyar. (2016). The role of religious coping strategies in predicting depression among a sample of women with fertility problems in Shiraz. Journal of Reproduction & Infertility, 17(2), 117. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4842233/
  2. American Psychiatric Association. (2013). Cultural formulation interview (CFI). American Psychiatric Association. https://www.psychiatry.org/File%20Library/Psychiatrists/Practice/DSM/APA_DSM5_Cultural-Formulation-Interview.pdf
  3. Khumalo, T., & Plattner, I. E. (2019). The relationship between locus of control and depression: A cross-sectional survey with university students in Botswana. South African Journal of Psychiatry, 25(0). https://doi.org/10.4102/sajpsychiatry.v25i0.1221
  4. Pearce, M. J., Koenig, H. G., Robins, C. J., Nelson, B., Shaw, S. F., Cohen, H. J., & King, M. B. (2015). Religiously Integrated Cognitive Behavioral Therapy: A new method of treatment for Major Depression in patients with chronic medical illness. Psychotherapy (Chicago, Ill.), 52(1), 56–66. https://doi.org/10.1037/a0036448