Samenvatting

AN INTEGRATED ORGANIZATION AL PERSPECTIVE ON BUREAUCRACY
E.-H. KRAMER, P. VAN AMELSVOORT & H. KUIPERS
This article sketches a sociotechnical perspective on bureaucracy and bureaucratization. Insight in the specific organizational dynamics in bureaucratic contexts is considered important for psychologists because they affect psychological intervention. The sociotechnical tradition has from its beginning been focused on analyzing and changing bureaucratic organizations. A core insight is that there is a relationship between characteristics of work systems and (social) psychological processes in organizations. Using a systems theoretical frame, sociotechnical theory claims that the ideal-typical bureaucratic organization is characterized by an inward focus and a tendency toward a detailed internal perfecting of central processes. This manifests itself in a tendency toward maximization of division of labor and subsequent intricate formal systems of coordination. These systemic characteristics of bureaucracies deeply influence the (psychological) work-environment in bureaucratic organizations. Therefore from a sociotechnical perspective psychologists should be able to assess the influences of the bureaucratic context on their psychological interventions.


574 Weergaven
2 Downloads
Log in
Inzicht in de specifieke dynamieken die spelen in bureaucratische contexten zijn voor psychologen van belang is, zo stellen Eric-Hans Kramer, Pierre van Amelsvoort en Herman Kuipers. ‘Psychologen zijn op allerlei manieren werkzaam in bureaucratische contexten en komen in aanraking met de typische problemen van de bureaucratie. Ook al is een significant aantal A&O-psychologen door socio-technische ideeën geïnspireerd, deze ideeën zijn onder A&O-psychologen niet wijdverbreid.’

Begin jaren zestig van de vorige eeuw deed Ulbo de Sitter bij de toenmalige PTT onderzoek naar de effectiviteit van een leiderschapscursus. Zijn latere bijdragen aan de socio-technische organisatietheorie werden in belangrijke mate beïnvloed door dit onderzoek. Het gangbare denken over leiderschap legde destijds de nadruk op kenmerken van de persoon van de leider: welke leiderschapsstijl wordt gebruikt, hangt af van de normatieve oriëntatie van de leider. De Sitter kwam echter tot een geheel ander soort verklaring: een leiderschapsstijl wordt volgens zijn analyse veel meer bepaald door structuurkenmerken in de omgeving van een groep. Uit de metingen van De Sitter blijkt bijvoorbeeld dat het de combinatie is van werkdruk en regelcapaciteit die bepaalt of er werkoverleg ontstaat (De Sitter, 1970)21. Zoals hij dat zelf in een afscheidsinterview formuleerde (De Sitter, 1995)23: ‘Ik was zelf stomverbaasd, ik hoefde niets te weten van de normatieve oriëntatie van die mensen, niets over hun karakter, niets over hun persoonlijkheid

Literatuurlijst

  1. Achterbergh, J. & Vriens D. (2010). Organizations: Social systems conducting experiments. Heidelberg: Springer.
  2. Amelsvoort, P. van & Metsemakers, M. (2011). Disruptive change’ als noodzakelijke veranderstrategie. De ‘onzichtbare hand’ die organisatievernieuwing ondermijnt. In: Management & Organisatie, 2, 60-72.
  3. Ashby, W.R. (1969). Self-regulation and Requisite Variety. In: F.E. Emery, Systems Thinking. London: Penguin Books
  4. Bate, P., Khan, R. & Pye, A. (2000). Towards a culturally sensitive approach to organization structuring: Where organization design meets organization development. Organization Science, 11(2), 197-211.
  5. Beniger, J.R. (1986). The Control Revolution. Technological and Economic Origins of the Information society. Cambridge, MA: Harvard University Press.
  6. Christis, J. (1998). Arbeid, organisatie en stress. Een visie vanuit de sociotechnische arbeids- en organisatiekunde. Amsterdam: Het Spinhuis.
  7. Gotlieb, A. Dohmen, J. & Wester, J. (2014). Operatie ‘werk Arthur de deur uit’. Amsterdam: Bertram en De Leeuw Uitgeverij.
  8. Eijnatten, F. van (1993). The Paradigm that changed the Work Place. Assen: Van Gorcum.
  9. Engström, T., Jonsson, D. & Medbo, L. (1998). The Volvo Uddevalla plant and interpretations of industrial design processes. Integrated Manufacturing Systems, 279-295
  10. Hooft, M.C.G. van (red.) (1996). Synergetisch produceren in de praktijk: toepassingen van structuurbouw in industrie en dienstverlening. Assen: Van Gorcum.
  11. Kort, J. & Terpstra, J.B. (2016). ‘Onnodige’ bureaucratie binnen het basispolitiewerk. Onderzoek naar de achtergronden van een hardnekkig verschijnsel. Amsterdam: Reed Business.
  12. Katz, D. & Kahn, R.L. (1978). The social psychology of organizations. New York: John Wiley & Sons.
  13. Kuipers, H. (2003). Opleiding en vorming aan de KMA. Carré, 2, 22-25.
  14. Kuipers, H., Amelsvoort, P. van & Kramer, E.H. (2010). Het Nieuwe Organiseren. Leuven: Acco.
  15. Laloux, F. (2014). Reinventing organizations. A guide to creating organizations inspired by the next stage of human consciousness. Brussel: Nelson Parker.
  16. Lawrence, P.R. & Lorsch, J.W. (1967). Organization and environment. Cambridge, MA: Harvard Graduate School of Business Administration.
  17. Lottridge, D. (2004). Work at the Uddevalla Volvo Plant from the persepctive of the Demand-Control Model. Bulletin of Science Technology & Society, 24(5), 435-440.
  18. Peters, J. & Pouw, J. (2004). Intensieve Menshouderij. Hoe kwaliteit oplost in rationaliteit. Schiedam: Scriptum.
  19. Pruijt, H.D. (1997). Job Design and Technology. Taylorism v.s. Anti-Taylorism. New York: Routledge.
  20. Schrijvers, J. (2002). Hoe word ik een rat? Schiedam: Scriptum.
  21. Sitter, L.U. de (1970). Leiderschapsvorming en leiderschapsgedrag in een organisatie. Alphen a/d Rijn: Samsom.
  22. Sitter, De U. (1981). Op weg naar nieuwe fabrieken en kantoren: productieorganisatie en arbeidsorganisatie op de tweesprong. Deventer: Kluwer.
  23. Sitter, De U. (1995).Van complexe organisaties met simpel werk, naar simpele organisaties met complex werk. Interview met Ulbo de Sitter door M. Metsemakers. http://www.ulbodesitterkennisinstituut.nl/media/14155/interview_ulbo_de_sitter.pdf.
  24. Sitter, L.U. de (2000). Synergetisch produceren, Human resources mobilisation in de productie: een inleiding in de structuurbouw. Assen: Van Gorcum.
  25. Ten Bos, R. (2015). Bureaucratie is een inktvis. Amsterdam: Boom Uitgevers
  26. Thompson, J.D. (2008). Organizations in Action. Social Science Bases of Administrative Theory. New Brunswick: Transaction Publishers. (Originally published in 1967).
  27. Trist, E.L. & Bamforth, K.W. (1951). Some social and psychological consequences of the longwall method of coal-getting. Human Relations, 4(1), 3-38.
  28. Trist, E.L., Higgin, G.W., Murray, H. & Pollock, A.B. (1963). Organizational Choice. London: Tavistock.
  29. Verbrugge, A. (2005). Geschonden beroepseer. In G. van den Brink, T. Jansen & D. Pessers (red.), Beroepszeer, waarom Nederland niet werkt. Amsterdam: Boom Tijdschriften.
  30. Vroom, C.W. (1979). Bureaucratie, het veelzijdig instrument van de macht, een voorstel tot herordening van de organisatiesociologie. Alphen a/d Rijn: Samsom.
  31. Woods, D., Dekker, S., Cook, R., Johannesen, L. & Sarter, N. (2010). Behind Human Error. Ashgate Publishing Company.