Log in
In de rubriek Veni Vidi Vici wordt per aflevering een onderzoek belicht. Deze editie een Vidi-beurs. Deze keer: Janna Cousijn, universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit  Rotterdam ontving een Vidi-subsidie voor haar onderzoek naar de (medische) voordelen van cannabis en de nadelen ervan. De discussie erover is gepolariseerd, zelfs binnen de wetenschap. Wat zijn de feiten?
Geertje Kindermans

Janna Cousijn is verslavingsonderzoeker en wilde vooral begrijpen waarom sommige mensen verslaafd raken en anderen niet. Dat ze haar onderzoek op cannabis richtte, was in eerste instantie toeval. Maar ze werd erdoor gegrepen. Cousijn: ‘Opvallend aan cannabis is dat het debat over de schadelijkheid van cannabis zo gepolariseerd is. Voorstanders benadrukken de medicinale werking, de tegenstanders wijzen op de gevaren. Binnen de wetenschap gebeurt iets vergelijkbaars: twee verschillende onderzoeksvelden die elkaar niet overlappen.’

In haar promotieonderzoek kijkt ze in hoeverre de cannabisverslaving lijkt op andere verslavingen. Zowel op het gebied van motivatie om te gebruiken, craving (hunkering), controleverlies, als ook in het hersenbeeld, bleek er een grote overeenkomst met andere verslavingen. Bovendien: hoe meer iemand gebruikt, hoe groter de problemen en hoe ernstiger de cognitieve problemen.

Om te kijken in hoeverre de conclusies algemeen geldig