Lees verder
In 2001 werd ik bestuurder in de geestelijke gezondheidszorg. Samen met een andere psycholoog en een psychiater vormde ik een inhoudelijk zwaar bestuur. We waren trots op ons vak en trots op onze opdracht: een bijdrage leveren aan de geestelijke gezondheid in Rotterdam en omstreken. Wel vonden we het merkwaardig dat we weinig andere psychologen in vergelijkbare posities tegenkwamen.
Nederlands Instituut van Psychologen

Tegelijkertijd werd ik docent bij de opleiding tot klinisch psycholoog, het ging over management en beroepsidentiteit. Ik had er een bedoeling mee. Ik vond het belangrijk dat klinisch psychologen wisten van organiseren, leiden, en politiek. In mijn rol als bestuurder was ik vooral werkgever en minder bezig met de belangen van psychologen. Gelukkig wist ik dat die bij het NIP, waar ik sinds mijn afstuderen lid van was, in goede handen waren.

Psychologen waren behandelaars bij uitstek, en een sleuteldiscipline in de zorg. Toch bleven ze doorgaans op de achtergrond, terwijl het vak door steeds meer andere disciplines werd toegeëigend en psychologen beter opgeleid en bekwamer werden. Ik vroeg de directeur van de belangrijkste brancheorganisatie eens, zo rond 2013, wat hij van de rol van psychologen op grote beleidsdossiers vond. ‘Ze zijn meestal te laat, vaak reactief, en met al hun clubjes gefragmenteerd en slecht georganiseerd. Je hoeft je dus niet zo veel van ze aan te trekken.’

Dat is blijven hangen. Dat mocht niet kloppen, er was werk aan de winkel.

Als ik iets heb geleerd als bestuurder is het dat je je goed moet organiseren. Om maatschappelijk iets te betekenen heb je een grote en sterke beroepsvereniging nodig. Waar in ons geval psychologen zich thuis voelen en waar de samenleving kan aankloppen.

Sinds ik voorzitter van het NIP ben, vanaf juli 2019, ben ik steeds trotser geworden op de vereniging. Voor veel psychologen een natuurlijk thuis, zoals blijkt uit de vele bloeiende secties met besturen en leden die zich inzetten voor hun tak van psychologie en die elkaar vinden in de vereniging, ook tijdens de coronacrisis. Het bureau ondersteunt dat geweldig. De directie, het bestuur en sectieleden hebben sleutelrollen bij relevante landelijke overleggen met ministeries, brancheorganisaties, werkgevers en universiteiten. Het NIP heeft posities in de wereld van arbeid en organisatie, het jeugdveld, de ouderenzorg, het onderwijs, in het bedrijfsleven, ga zo maar door. Wie iets van de psychologen wil, gaat naar het NIP. Wij zitten op de juiste plaatsen. We bieden onze leden ook toegang tot die juiste plaatsen, voor de andere leden, voor het vak, voor de samenleving, en vaak ook voor zichzelf.

Er moet uiteraard veel aandacht voor het welslagen van de fusie komen. Maar intussen moeten we ook hard doorgaan met al het goede werk wat we al deden. Ons nieuwe NIP is nu het vanzelfsprekende huis voor álle psychologen geworden en gaat de psychologie en de psychologen in de samenleving nóg sterker maken. Intern zullen we het debat als van oudsher blijven aangaan, daar zijn we kritisch en onafhankelijk genoeg voor. Maar naar buiten klinkt voortaan één geluid. We kunnen onze eenheid en kracht tonen. Ik weet dat onze leden dat van ons vragen, sterker, dat ze daaraan een vitale bijdrage gaan leveren.

Psychologen van Nederland, gefeliciteerd!

Hans de Veen was voorzitter van het NIP en is nu opnieuw voorzitter van de gefuseerde vereniging. Daarnaast is hij bestuurslid bij P3NL en voorzitter van de Raad van Toezicht bij Middin.