Samenvatting

SHORT TERM PSYCHOLOGICAL INTERVENTIONS FOR CHILDREN IN A HOSPITAL SETTING: A PSYCHOANALYTIC PERSPECTIVE A. SMEETS-SCHOUTEN & P. MEURS
In The Netherlands the work of a child psychologist in a pediatric unit of a general hospital is often short term, and from a cognitivebehavioural perspective. We want to extend the therapeutic options. Recent psychoanalytic developments off er possibilities for shortterm interventions. We describe two vignettes of children who suff er from constipation and fecal incontinence. We show how parents and children benefi t from a few sessions, how children express their own emotions but also enact parental issues in play. The children are relieved from their symptoms, and function more freely and age appropriate. These cases show that when symptoms are secondary to emotional family-related vulnerabilities, the actual development of short term psychoanalytic interventions off ers therapeutic possibilities.


660 Weergaven
3 Downloads
Log in
Kinderpsychologische zorg in een ziekenhuis is vaak kortdurend en cognitiefgedragstherapeutisch. Anneke Smeets-Schouten en Patrick Meurs beschrijven mogelijkheden tot kortdurende, psychoanalytisch georiënteerde interventies aan de hand van twee gevalsbeschrijvingen van kinderen die last hebben van obstipatie en broekpoepen. Ze laten zien hoe door enkele gesprekken met ouders en spelsessies met het kind zicht komt op achterliggende gezinsgerelateerde problematiek, en hoe hun functioneren verbetert.

In de kinderpsychologische zorg in een algemeen ziekenhuis heeft het cognitief-gedragstherapeutische kader momenteel een belangrijke plaats. Zeker de kortdurende behandelvormen zijn klachtgericht en veelal gedragstherapeutisch. Wij willen daar vraagtekens bij zetten en de diversiteit van het behandelaanbod in een ziekenhuissetting verruimen. Met name de actuele ontwikkelingen in het psychoanalytisch kader bieden nieuwe mogelijkheden voor kortdurende therapeutische begeleiding. In de zorg voor jonge kinderen door zogeheten Infantcentra vanuit de ggz, ook wel ‘Infant Mental Health-centra’ genoemd, is het psychoanalytisch denken opgenomen. Dit geldt veel minder voor de algemene pediatrische psychologie.

De dominantie van het gedragstherapeutisch kader hangt samen met de mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek vanuit dit model. Protocollaire behandelingen zijn makkelijker wetenschappelijk te evalueren dan psychoanalytische psychotherapieën. Lange tijd hebben psychoanalytici wetenschappelijk onderzoek veronachtzaamd. Hier komt de laatste decennia verandering in (zie voor een review over evidence based psychoanalytische kinderpsychotherapie Midgley & Kennedy, 2011)15. Dat effecten van psychologische behandelingen worden onderzocht vanuit een diversiteit aan therapeutische kaders –

Literatuurlijst

  1. Barrows, P. (1996). Soling children: the Oedipal confi guration. Journal of Child Psychotherapy, 22(2), 240-260.
  2. Bosch, J. (2008). Protocol voor behandeling van encopresis bij kinderen. In C. Braet & S. Bögels (red.), Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten (p. 219-239). Amsterdam: Boom.
  3. Burgers R. & Benninga M.A. (2009). Functional nonretentive fecal incontinence in children: a frustrating and long-lasting clinical entity. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition, 48, S98-S100.
  4. Emanuel, L. (2008). A slow unfolding – at double speed: therapeutic interventions with parents and young children. In L. Emanuel & E. Bradley (eds.), “What can the matter be?” Therapeutic interventions with parents, infants, and young children. (p.81-98) London: Karnac.
  5. Emanuel, L. (2013). Holding on, being held, letting go: Brief and longer term work with families facing separation, loss and bereavement. Unpublished paper, held at the Tavistock Centre, April 15th, London.
  6. Fonagy, P., Gergely, G., Jurist, E.L. & Target M. (2002). Affect regulation, mentalization, and the development of the self. New York: Other Press.
  7. Forth, M.J. (1992). The little girl lost: psychotherapy with an analretentive and soiling four year old. Journal of Child Psychotherapy,18(2), 63-86.
  8. Freud, A. (1973). Normality and pathology in childhood: assessments of development. In A. Freud The writings of Anna Freud volume IV (p. 67-69). New York: International Universities Press.
  9. Goodman, G., (2013). Enco presis happens: Theoretical and treatment considerations from an attachment perspective. Psychoanalytic Psychology 30(3), 438-455.
  10. Groeneweg M., Vijverberg M., Everdingen, E. van & Deure, J. van der (2012) Incontinentie bij kinderen. Een handboek voor de praktijk. Houten: Prelum.
  11. Kapcia, S. (2007). Over zoeken en vinden, verdwijnen en gevonden worden. Verstoppertje in de spelkamer. In N.Vliegen & L.Van Lier (red.) Een spel voor twee spelers. Spel en speelsheid in psychoanalytische psychotherapie (p.107-121). Leuven: Acco.
  12. Kazdin, A.E. & Weisz, J.R. (2003). Evidencebased psychotherapies for children and adolescents. New York: the Guilford Press.
  13. Kuyk, M. van, Voet, H., & Everdingen, E. van (2012). Psychologische diagnostiek en behandeling bij kinderen met functionele obstipatie en fecesincontinentie. In M. Groeneweg, M. Vijverberg, E. van Everdingen, J. van der Deure (red.) Incontinentie bij kinderen. Een handboek voor de praktijk (p.109-129). Houten: Prelum.
  14. Meurs, P. & Cluckers, G. (1999). Psychosomatic symptoms, embodiment and affect. Weaving threads to the affectively experienced body in therapy with children. Journal of Child Psychotherapy, 25(1), 71-91.
  15. Midgley, N. & Kennedy, E. (2011). Psychodynamic Psychotherapy for Children and Adolescents: A Critical Review of the Evidence Base. Journal of Child Psychotherapy 37(3), 1-29.
  16. Pozzi, M. (2003). Psychic hooks and bolts: psychoanalytic work with children under five and their families. London: Karnac.
  17. Vliegen, N. (2007). Psychotherapie: een spel voor twee spelers. Spel, spelen en speelsheid in psychoanalytisch werk. In N. Vliegen & L. Van Lier (red.) Een spel voor twee spelers. Spel en speelsheid in psychoanalytische psychotherapie (p.21-32). Leuven: Acco.