Cover artikelen 2026
Zorg goed voor de zorgprofessional

De Nederlandse zorg verkeert in een spagaat. Terwijl de vraag naar zorg toeneemt, neemt het aantal beschikbare GGZ-professionals af. Zij kampen met hoge werkdruk, oplopende regeldruk en mentale klachten die zich uiten in vermoeidheid, somberheid en soms burn-out. In het kader van de Don’t Forget Yourself-studie onderzochten wij hoe GGZ-zorgprofessionals zelf kijken naar werkdruk, motivatie en behoud van zichzelf. Onze resultaten laten zien dat naast prettige werkomstandigheden vooral waardering, autonomie en collegiale steun bepalend zijn voor mentaal welzijn en het werkzaam blijven in de zorg.

Lees meer
Cover artikelen 2026
Evidence-Based Mental Health in de opleiding tot GZ-psycholoog

Evidence-based Mental Health (EBMH) staat voor het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van de meest recente beste wetenschappelijk inzichten om beslissingen te nemen over indicatiestelling van psychologische behandelingen in overleg met individuele patiënten (Kaasebrood e.a., 2010). De praktijk van EBMH impliceert, net als Evidence-Based Medicine, het integreren van individuele klinische expertise met het beste aanwezige wetenschappelijke bewijs. In de gezamenlijke besluitvorming vormt zowel het wetenschappelijk bewijs als de voorkeuren, wensen en verwachtingen van de cliënt en clinicus een belangrijke rol (Kaasebrood e.a., 2010). Dergelijke gezamenlijke besluitvorming draagt bij aan kwalitatief beter gefundeerde beslissingen, waardoor de effectiviteit en efficiëntie van behandelingen verhoogd worden (Kaasebrood e.a., 2010). Evidence-based werken draagt daardoor bij aan het verhogen van de kwaliteit van zorg. Andrews e.a. (2004) berekenden hoe sterk de verlichting van de ziektelast van allerlei psychiatrische stoornissen is wanneer men alleen nog evidence-based behandelingen zou verstrekken ten opzichte van de huidige praktijk. Uit deze studie blijkt dat de ervaren ziektelast bijna gehalveerd kan als men alleen nog evidence-based behandelingen zou toepassen (Andrews e.a. 2004). Het gebruik van wetenschappelijk onderbouwde behandelrichtlijnen, een cruciaal onderdeel van EBMH, is in de dagelijkse klinische praktijk tot op heden relatief beperkt en varieert sterk per individuele professional en de setting waarin professionals werken. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de adherentie aan richtlijnen. Deze adherentie is in veel gevallen niet hoger dan 60% (Leentjens & Burger, 2008). Van cliënten met een angststoornis of depressieve stoornis bleek bijvoorbeeld slechts 23% in de eerste lijn en 57% in de tweede lijn een evidence-based behandeling te krijgen (Fernández e.a. 2007). In het algemeen wordt een adherentie-graad van 80-90% aan richtlijnen, als reëel en wenselijk gezien, aangezien er bij een deel van de patiënten redenen zijn om gefundeerd af te wijken van de richtlijn. Richtlijnen lijken slechts in beperkte mate het gedrag van professionals te beïnvloeden, ondanks de investeringen van wetenschappelijke verenigingen en wijdverspreide disseminatie (Leentjens & Burger, 2008). Er zijn diverse factoren die adherentie van professionals aan de adviezen uit de richtlijnen beïnvloeden zoals aspecten van de richtlijn zelf (bijvoorbeeld het niveau van evidentie van de adviezen), de mate van disseminatie via de wetenschappelijke beroepsverenigingen en kenmerken van de instelling waar professionals werken (bv gangbaarheid om evidence based te werken, steun vanuit management voor evidence based werken). Cliënt factoren kunnen ook een rol spelen in de adherentie, soms lukt het niet de patiënt te motiveren voor een behandeling volgens de richtlijn en prefereren cliënten een alternatieve/experimentele behandeling waar minder evidentie voor is. Dit wordt soms ook beïnvloed via de media en door patiëntenverenigingen (Leentjens & Burger, 2008). Factoren die een rol spelen bij professionals zelf zijn factoren als onbekendheid met het bestaan en de inhoud van richtlijnen, weerstand tegen richtlijnen in het algemeen, gebrek aan vertrouwen in een specifieke richtlijn of verschil van mening met de geformuleerde aanbevelingen. Een weerstand tegen het gebruik van richtlijnen hangt deels samen met de wetenschappelijke attitude van professionals. Met wetenschappelijke attitude wordt boedelt, kritisch wetenschappelijke denken, belang hechten aan wetenschappelijk bewijs, objectiviteit, openheid en het hanteren van een vragende houding. Daarnaast vinden professionals het soms moeilijk om statistische gegevens over groepen toe te passen op individuen en ervaren professionals het evalueren van vakliteratuur als een last (Lilienfeld e.a., 2013). Een belangrijke succes factor voor de adherentie aan richtlijnen is de wetenschappelijke attitude van zorgprofessionals zelf. Een positieve wetenschappelijke attitude is bepalend in hoe professionals EBMH evalueren en in deze lijn handelen (Eagly & Chaiken, 1993). Een dergelijke attitude bevordert dat professionals hun handelen onderbouwen op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten en kritisch reflecteren op of wat men doet de meest effectieve interventie is (Hutschemaekers, 2010). De intentie om EBMH-vaardigheden in te zetten in de klinische praktijk hangt daarnaast samen met overtuigingen die professionals hebben over de resultaten die EBMH-gedragingen opleveren, met name overtuiging of EBMH resulteert in efficiëntere en effectievere zorg (Fishbein & Ajzen, 2010). Deze overtuigingen betreffen niet enkel persoonlijke attitude aspecten, maar ook subjectieve overtuigingen en normen over wat professionals denken dat andere mensen of de maatschappij van hem of haar verwachten en de bereidheid om zich aan deze normen aan te passen (Fishbein & Azjen, 2010). Daarnaast kan de beleving of men EBMH-vaardigheden beheerst, een belangrijke rol spelen in of professionals EBHM daadwerkelijk toepassen in de klinische praktijk (Fishbein & Azjen, 2010). Hoewel richtlijnen de kern vormen van EBMH, zijn zij niet bedoeld als rigide voorschriften die in alle gevallen blindelings gevolgd moeten worden. In de klinische praktijk doen zich vaak situaties voor waarin een onderbouwde afwijking van de richtlijn gerechtvaardigd is. Dit kan het geval zijn wanneer de richtlijn onvoldoende aansluit bij de individuele situatie of voorkeuren van de cliënt, of als een richtlijnbehandeling ineffectief is gebleken of heeft geleid tot verslechtering, of contra-indicaties en risico’s die toepassing van de richtlijn onveilig maken. Ook kan het zijn dat nieuwe wetenschappelijke inzichten nog niet in de richtlijn zijn verwerkt. Ten slotte kunnen zeldzame casussen vragen om een behandeling die niet binnen de populatiegebonden reikwijdte van bestaande richtlijnen past. Afwijken van een richtlijn vereist een hoge mate van professionele zorgvuldigheid en specifieke vaardigheden, zoals de vaardigheid om betrouwbare bronnen te raadplegen, de kwaliteit van het beschikbare onderzoek te kunnen beoordelen evenals de toepasbaarheid ervan op de eigen specifieke casus. Alleen met deze competenties kan een onderbouwde afwijking van de richtlijn verantwoord en in het belang van de patiënt worden gemaakt. EBMH is dan ook geen keurslijf, maar juist een kader dat professionals in staat stelt tot geïnformeerde en transparante besluitvorming, ook in complexe of atypische situaties.

Lees meer
Vroege signalering van sociaalcognitieve problemen voorspelt diagnoses op latere leeftijd

Peuters en kleuters die achterblijven in hun sociaal-cognitieve ontwikkeling lopen een verhoogd risico om later gediagnosticeerd te worden met autisme of een sociaal-pragmatische communicatiestoornis. Deze diagnoses worden doorgaans pas in de basisschoolleeftijdgesteld, maar vroege signalering kan cruciaal zijn voor tijdige ondersteuning. Onderzoek toont aan dat interventies op jonge leeftijd effectief zijn in het bevorderen van sociaal-cognitieve vaardigheden en taalontwikkeling.

Lees meer

De Psycholoog nr. 6 – december 2025

De Psycholoog nr. 5 – oktober 2025

De Psycholoog nr. 4 – augustus 2025

De Psycholoog nr. 3 – juni 2025

De Psycholoog nr. 2 – april 2025

De Psycholoog nr. 1 – februari 2025

De Psycholoog nr. 8 – oktober 2024

De Psycholoog nr. 7 – september 2024

De Psycholoog nr. 6 – juli 2024

De Psycholoog nr. 5 – mei 2024

De Psycholoog nr. 4 – april 2024

De Psycholoog nr. 3 – maart 2024

De Psycholoog nr. 2 – februari 2024

De Psycholoog nr. 1 – januari 2024

De Psycholoog nr. 12 – december 2023