Lees verder
Telkens maar weer oplaaiende spanningen tussen groepen, binnen en tussen landen, tussen verschillende religies, ideologieën en culturele wereldbeelden. De moed zakt je soms flink in de schoenen.
Kees van den Bos

Zelf werk ik aan de Universiteit Utrecht en treed daar in de voetsporen van onder anderen Jaap Rabbie. Hij had als Joods jongetje tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten. Een angstige, verwarrende, levensbedreigende periode. Kenmerkend voor de wetenschappelijke attitude van Jaap is dat hij de oorlog uitkwam met een heel grote drive om te snappen wat er nu was gebeurd. Hoe kon het zo zijn dat de Duitsers, een ontwikkeld volk, zich in verontrustende mate lieten verleiden tot massa-beïnvloeding en het toestaan van vreselijke, moorddadige daden? Met collega’s zette hij zich in om (goede en slechte) intergroepsrelaties theoretisch en empirisch te duiden. Dit mondde in 1993 uit in zijn afscheidsrede over groepsagressie in het laboratorium.

Muzafer en Carolyn Sherif onderzochten groepsagressie vooral ook buiten het lab. Zij waren geïnteresseerd in conflicten tussen groepen waarbij reële belangen op het spel staan. Hun analyse wees erop dat groepen in dergelijke situaties niet zomaar met elkaar gaan samenwerken, maar dat ze overkoepelende doelen nodig hebben die ze alleen niet kunnen verwezenlijken. Groepen alleen maar in contact met elkaar brengen is dus niet genoeg. En vaak blijkt ook een onafhankelijke derde partij nodig te zijn om aan de kemphanen duidelijk te maken dat er overkoepelende doelen zijn en nagestreefd moeten worden.

Bovendien weten we dat er een kleine meerderheid van de bevolking is (vaak zo’n 60-70%) die zich coöperatief opstelt tegenover anderen. Andere personen zijn daarentegen individualistisch en kijken vooral naar zichzelf (ongeveer 20%). En er is een kleine groep (plusminus 10%) die zich ronduit competitief opstelt en vooral graag van anderen wil winnen. De laatste groep valt vaak heel erg op, en we moeten zeker niet naïef zijn en onze ogen voor deze competitievelingen sluiten. Maar vergeet ook niet om je tevens op de grotere groep te richten die wel wil samenwerken, of die daartoe wellicht te verleiden valt.

Wat hierbij kan helpen, is als we individuen en groepen echt op een eerlijke en rechtvaardige manier behandelen. Dat ze hun mening mogen geven en dat daar oprecht naar wordt geluisterd door competente en professionele mensen die weten wat er speelt. Op die manier voelen personen en groepen zich respectvol bejegend en een volwaardig onderdeel van de gemeenschap. Dit heeft vaak (niet altijd, maar wel vaak) tot gevolg dat zij zich coöperatiever opstellen. Ook zijn ze na een dergelijke ervaring van procedurele rechtvaardigheid vaker bereid om tegenvallende uitkomsten te accepteren in een volwassen reactie: shit happens, sometimes.

Dus we weten er best veel van, in ieder geval in theorie en in het lab. Tijd om deze psychologische inzichten vooral ook buiten het laboratorium in praktijk te brengen, als we lid zijn van groepen die in conflict zijn met andere groepen, en vooral ook als onafhankelijke partij die een belangrijke steen kan bijdragen aan het voorkomen en mogelijk dempen van groepsagressie.

Foto: Stijn Rademaker